Hoofdstuk 3i, die geen geest hadden totdat de geest des levens in hen gekomen was. Hier ziet hij dus het huis vervuld met des Heeren heerlijkheid.1. Hij heeft een gezicht van de heerlijkheid des Heeren, vers 2, de heerlijkheid van den God Israëls, die God, die met Israël een verbond heeft, en dien zij dienen en eeren. De afgoden der heidenen hebben geen heerlijkheid, dan die de goudsmid of schilder hun verleent, maar dit is de heerlijkheid van den God Israëls. Deze heerlijkheid kwam van de zijde naar het oosten en daarom wordt hij gevoerd naar de poort, die in de richting naar het oosten uitzag om derzelver verschijning en nadering te verwachten. Christus' ster werd in het oosten gezien en Hij is de Ster, die opkwam van den opgang der zon, O p. 7:2. Want Hij is de Morgenster de Zon der gerechtigheid. Twee dingen merkte hij op in deze verschijning van Gods heerlijkheid:
1. De macht van Zijn woord, dat hij hoorde: Zijne stemme was als het geruisch van vele wateren dat zeer ver gehoord wordt en indruk maakt, het ruischen der kabbelende wateren is aangenaam het donderen der kokende zee vreeselijk Openbaring i: 15, 14:2. Christus' Evangelie moest in al Zijne heerlijkheid luide verkondigd worden zoodat Zijne stem verre wordt gehoord, sommigen is het eene reuke ten leven, anderen eene reuke ten doode, al naar zij zijn.
2. De pracht der verschijning, die hij zag: De aarde werd verlicht van Zijne heerlijkheid, want God is licht, en niemand kan den luister van dat licht verdragen, niemand heeft het gezien noch kan het zien. Zie, de heerlijkheid des Heeren, die in de kerk schijnt, schijnt op de wereld. Toen God voor David verscheen, dreven van den glans, die voor Hem was, Zijne wolken daarhenen, Psalm 18:12. Ezechiël bemerkte, dat de verschijning van Gods heerlijkheid dezelfde was als in het visioen, dat hij zag, toen hij zijn eersten last ontving, Hoofdstuk 1:4, als dat aan de rivier Chebar, vers 3. Omdat God dezelfde is, behaagde het Hem, zich op gelijke wijze te openbaren, want bij Hem is geene verandering. Het was, zegt hij, gelijk het gezicht, dat ik gezien had, toen ik kwam om de stad te verderven, dit is om de verwoesting der stad te voorspellen. Dit deed hij met zulk een gezag en nadruk, en de gebeurtenis kwam later zoo nauwkeurig met de profetie overeen, dat men kon zeggen, dat hij ze verdierf. Als een rechter sprak hij, in Gods naam, een vonnis over de stad uit, dat spoedig uitgevoerd werd. God verscheen op dezelfde wijze, toen Hij hem zond om woorden van schrik te spreken, en toen Hij hem opdroeg, troostvolle woorden te uiten, want in beide wordt God verheerlijkt. Hij doodt en Hij maakt levend, Hij verslaat en Hij heelt, Deuteronomium 32:39. Tot dezelfde hand, die verwoest, moeten wij opzien om verlossing. Hij heeft geslagen en Hij zal verbinden. Una eademque manus vulnus opemque tulit, dezelfde hand heeft de wond geslagen en geheeld.
11. Hij had een gezicht van het binnenkomen dezer heerlijkheid in den tempel. Toen hij deze heerlijkheid zag, viel hij op zijn aangezicht, vers 3, als onbekwaam om den luister van Gods heerlijkheid te verdragen, of liever: als iemand, die bereid is Hem de eer te geven door eene nederige en eerbiedige aanbidding. Maar de Geest nam hem op, vers 5, toen de heerlijkheid des Heeren het huis had vervuld, vers 4, opdat hij zou zien, hoe het huis ermee vervuld was. Hij zag de heerlijkheid des Heeren, in deze zelfde verschijning, van den tempel scheiden, omdat die, tot zijne bittere smart, ontheiligd was, nu zal hij ze tot den tempel zien terugkeeren, tot zijne groote blijdschap. Zie hoofdst. 10:18,19, 11:23. Zie, hoewel God Zijn volk voor een spanne tijds verlaat, Hij keert tot hen terug met Zijne goedertierenheid. Gods heerlijkheid vervulde het huis, gelijk ze den tabernakel, dien Mozes had opgezet, en den tempel, dien Salomo gebouwd had, vervulde, Exodus 40:34, 1 Koningen 8:10, Nu vinden wij niet, dat de Schechina op gelijke wijze bezit nam van den tweeden tempel en daarom moest dit zijne vervulling hebben in de heerlijkheid der goddelijke genade, die zoo treffelijk schijnt in de kerk des Nieuwen Verbonds, en die vervult. Hier wordt niet gesproken van eene wolke, die het huis als vroeger vervulde, want nu zien wij met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren in het aangezicht van Jezus Christus, en niet als van ouds door de wolk der tijden.
III. Hij ontvangt meer onmiddellijk onderricht aangaande de heerlijkheid des Heeren, gelijk Mozes, toen God bezit had genomen van den tabernakel, Leviticus 1:1:Ik hoorde eenen, die met mij sprak uit het Huis, vers 6. Van Gods heerlijkheid, die in de kerk schijnt, moeten wij goddelijke uitspraken verwachten te ontvangen. De man was bij mij staande, wij konden niet beter, de stem des Heeren hooren dan verdragen het aangezicht Gods te zien, indien Jezus Christus niet als Middelaar bij ons stond. Of, indien dit een geschapen engel was, dan is het opmerkelijk, dat, toen God tot Ezechiël begon te spreken, hij daarbij stond, zonder een woord te spreker. Ia, hij stond bij den profeet als iemand, die leeren wilde, want den overheden en den machten in den hemel, den engelen zelfs, die begeerig zijn in deze dingen te zien, wordt door de gemeente de veelvuldige wijsheid Gods bekend gemaakt, Efeziers 3:10. De man stond bij hem om hem daarheen te geleiden, waar hij verdere ontdekkingen kon ontvangen.