Ezechiël 30:1-19
De profetie van de verwoesting van Egypte is hier zeer volledig en gedetailleerd, en tevens in `t algemeen zeer schrikwekkend. Wat kan een volk beschermen, dat de rechtvaardige God tergt, wanneer Hij zich opmaakt om met hen te twisten?
I. Het zal een zeer bejammerenswaardige verwoesting zijn en een, die grote smart veroorzaken zal, vers 2, 3:Huilt, het is tijd om te jammeren, nu zij op komst is, want men zal u reden geven om te jammeren, en uw noodkreten zullen ontzettend zijn, als zij komt. Schreeuw het uit: Ach die dag! Dien vreselijken dag! Ach en wee. Want de dag is nabij, de dag, die wij reeds zolang verdiend en gevreesd hebben. Het is de dag des Heren, de dag, waarop Hij zich openbaren zal als een God van de wraak. Nu hebt gij nog uw dag, dat gij alles voor u neerwerpt, en die bij u zijn, vertreedt, maar binnenkort zal God Zijn dag hebben, de dag van de openbaring van Zijn rechtvaardig oordeel, Psalm 37:13. "Het zal een bewolkte dag zijn, dit is donker en somber, zonder enig troostrijk licht, wolken, die met storm dreigen-vuur en zwavel, en een geweldige stormwind". Het zal de tijd van de heidenen zijn, de tijd van het afrekenen met de heidenen om al hun heidense praktijken, de tijd waarvan David sprak, toen hij bad: "Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, Psalm 79:6. De heidenen zijn gezonken", Psalm 9:16.
II. Het zal de verwoesting zijn van Egypte, en van alle staten en landen, die met haar in verbond en in haar nabijheid zijn.
1. Egypte zelf zal vallen, vers 4 :Het zwaard zal komen in Egypte, het zwaard van de Chaldeën, en het zal een overwinnend zwaard zijn, want de verslagenen zullen vallen in Egypte, vallen door het zwaard en vallen voor het zwaard. Is het land volkrijk? Zij zullen zijn menigte wegnemen. Is het sterk en wel gefundeerd? Zijn fundamenten zullen verbroken worden, en dan moet het hele gebouw, hoe schoon en hoog ook opgetrokken, natuurlijk vallen.
2. Haar buren en bijwoners zullen met haar vallen. Als de verslagenen zo talrijk zijn, zal er grote smart zijn in Morenland, beide dat in Afrika, dat in de nabijheid van Egypte ligt, aan de ene zijde, en dat in Azië, dat er dicht bij ligt, aan de andere zij. Als het huis van hun buurman in brand staat, moeten zij wel vrezen, dat het hun in gevaar is, ook was hun vrees niet zonder grond, want zij zullen met hen vallen door het zwaard, vers 5. Ethiopië en Libië (Cas en Put zijn de Hebreeuwse namen, naar twee zonen van Cham, de derde is Mizraim, Egypte, Genesis 10:6) en de Lydiërs (Lud), die beroemd waren als boogschutters, en als bondgenoten van Egypte genoemd worden in Jeremia 46:9, deze zullen vallen met Egypte en Cub (de Chaldeën, de inwoners van het binnenland van Libië), deze waren de gemengde hoop, van al deze en vele van andere volken waren er, die om een of andere reden in Egypte woonden, zoals onder anderen de kinderen van het land des verbonds, enige overgeblevenen van het volk van Juda en Israël, "de kinderen des verbonds", zoals zij genoemd worden in Handelingen 3:25, "de kinderen van de belofte", Galaten 4:28. Dezen woonden in Egypte in strijd met Gods bevel, en deze zullen met hen vallen. Die hun deel verkiezen met Gods vijanden, zullen hun lot delen, al zijn zij volgens hun belijdenis de kinderen van het land, dat in verbond is met God.
III. Allen, die voorgeven de zinkende macht van Egypte te ondersteunen, zullen met haar, zullen onder haar vallen, vers 6 :Zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en dan moet Egypte natuurlijk vallen. Zie de rechtvaardigheid van God: Egypte deed alsof het Jeruzalem op de been hield, toen het wankelde, maar bleek te zijn een gebroken rietstok, en nu zullen die voorgeven Egypte te ondersteunen, niet beter blijken te zijn. Die anderen bedriegen worden gewoonlijk met hun eigen munt betaald, zij worden zelf bedrogen.
1. Meent Egypte door de volstrekte macht en heerschappij van haar koning staande te worden gehouden? De hovaardij harer sterkte zal nederdalen, vers 6. De kracht van de koning van Egypte was haar trots, maar die zal verbroken en vernederd worden.
2. Is de menigte van haar volk haar steun? "Dezen zullen vallen door het zwaard, van de toren van Syene af," die in de uitersten hoek van het land is, tegenovergesteld aan de zijde, waar de vijand zal binnenkomen. Beide de landen en de steden, de landbouwers en de kooplieden, zullen verwoest worden, vers 7, zoals tevoren, Hoofdstuk 29:12. Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, vers 10. Dat volkrijke land zal ontvolkt worden. Het land zal met verslagenen vervuld worden, vers 11.
3. Steunt zij op de rivier de Nijl, en wordt zij door de verschillende kanalen daarvan verdedigd? "Ik zal de rivieren tot droogte maken, vers 12, zodat de natuurlijke versterkingen, die men voor onneembaar hield, omdat zij onoverkomelijk waren, hen niet zullen helpen".
4. Steunt zij op haar afgoden? Zij zullen omvergeworpen worden, die gefingeerde helpers zullen meer dan ooit blijken gefingeerd te zijn, want dat zijn beelden, als men voorgeeft, dat zij bevrijders en sterkten zijn, vers 13 :Ik zat de afgoden doen ophouden uit Nof.
5. Steunt zij op haar koninklijke familie? Er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland, de koninklijke familie zal met wortel en tak uitgeroeid worden, nadat zij zo lang bestaan heeft.
6. Steunt zij op haar moed, en meent zij zich te kunnen staande houden door de dapperheid van haar krijgslieden, die in de laatste tijd in de dienst gehard zijn? Zij zullen te kort schieten: Ik zal een vreze in Egypteland stellen.
7. Steunt zij op het opkomende geslacht? Wordt zij staande gehouden door haar kinderen, en denkt zij, dat zij gelukkig is, omdat haar pijlkoker er mee gevuld is? Helaas, de jongelingen zullen door het zwaard vallen, vers 17 en de dochters zullen gaan in de gevangenis vers 18, en zo zal zij van al haar verwachtingen beroofd worden.
IV. God zal deze verwoestende oordelen over Egypte brengen, vers 8 :Zij zullen weten dat Ik de Heere ben, en groter dan alle goden dan al hun goden, als Ik een vuur in Egypte zal gelegd hebben. Het vuur, dat volken verteert, is door de Here ontstoken, en, als Hij `t aansteekt in een volk, zullen al zijn helpers verbroken worden. Die het vuur trachten te blussen, zullen er zelf door verteerd worden, want wie kan voor Hem bestaan, als Hij toornig is? Als Hij Zijn grimmigheid uitgiet over een plaats, als Hij er vuur aansteekt, vers 15, 16, kan noch haar kracht, noch haar menigte haar helpen.
V. De koning van Babel en zijn leger zullen als werktuigen voor deze verwoesting gebruikt worden: De menigte van Egypte zal ophouden en afgesneden worden door de hand van de koning van Babel, vers 10. Die op zich namen Israël te beschermen tegen de koning van Babel zullen niet in staat zijn zichzelf te beschermen. Van de Chaldeën, die Egypte zullen verwoesten, wordt gezegd, 1. Dat zij vreemden zijn, vers 12, die dus geen medelijden zullen tonen, als oude kennissen, maar als vreemden tegenover hen zullen handelen.
2. Dat zij de tyrannigste van de heidenen zijn, vers 11, beide in kracht en in wreedheid, en daar zij verschrikkelijk zijn, zullen zij ook verschrikkelijk huishouden.
3. Dat zij de bozen zijn, die zich niet door verstand en geweten, de wetten van de natuur en het volkerenrecht laten leiden, want zij kennen geen wet. Ik zal het land verkopen in de hand van de bozen. Zij doen geweld en onrecht, daar zij boos zijn, maar toch, in zover zij werktuigen in Gods hand zijn om Zijn oordelen uit te voeren wordt er van Zijn kant geen onrecht gedaan. God maakt dikwijls de ene goddeloze tot een gesel van de andere, en zelfs goddelozen krijgen recht op hun prooi, (inre telli-door het recht van de oorlog) want God verkoopt het in de hand van de bozen.
Vl. Geen plaats in Egypte zal vrij blijven van het Chaldeeuwse leger, ook de sterkste en verst verwijderde niet. Zij zullen hun zwaarden uittrekken tegen Egypte. Verschillende plaatsen worden hier genoemd: Pathros, Zoan, en No, vers 14, Sin en Nof, vers 15, 16, Aven en Pi- Beseth, vers 17, Thachpanhes, vers 18. Deze zullen verwoest en verbrand worden, en Gods oordelen zullen aan hen geoefend worden, en Zijn grimmigheid over hen uitgestort. Hun kracht en menigte zal uitgeroeid worden, zij zullen zeer grote pijn hebben, zij zullen gespleten worden, en zeer bang zijn. Hun dag zal verduisterd worden, hun eer, hun troost en hoop zal vernietigd worden. Hun juk zal verbroken worden, zodat zij niet meer zullen verdrukken en tyranniseren, zoals zij gedaan hebben. De hovaardij van hun sterkte zal ophouden, en een wolk zal hen bedekken, een wolk, zo dik, dat zij er geen hoop door zullen zien, ook zal hun heerlijkheid niet meer blinken of gezien worden. En, tenslotte, de Moren, die op enige afstand van hen wonen, en degenen, die met hen vermengd zijn, zullen hun pijn en vrees delen. Door Zijn leiding zal God het gerucht verspreiden, en het zorgeloze Morenland zal verschrikt worden, vers 9. God kan schrik verspreiden onder hen, die het meest zeker zijn, bevreesdheid zal, als het Hem behaagt, de meest aanmatigende huichelaars verrassen.
Het slot van deze voorspelling
1. Laat Egypte in die treurige toestand: Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte, vers 19. De verwoesting van Egypte is het oefenen van gerichten, wat niet alleen betekent, dat het rechtvaardig geschiedt, om haar zonden, maar ook dat het met orde en volgens de wet, door een rechterlijk vonnis geschiedt. Alle gerichten, die God oefent, zijn in overeenstemming met Zijn vonnissen.
2. Verheerlijkt de God Israëls in dit alles: "Zij zullen weten, dat Ik de Heere ben." De Egyptenaren zullen het weten, en het volk van God zal het nog beter weten. "De Heere is bekend geworden. Hij heeft recht gedaan."