9. Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland 1) te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte) (Exodus :); want ziet, het gedreigde ongeluk komt aan (
Hoofdstuk 7:6;
21:7).
1) De Ethiopiërs zijn voor den Profeet als een volk, dat zich door dapperheid onderscheidt, en door den verren afstand bijzonder beschermd is, als het ware het ideaal van zorgeloosheid. Tot hen zendt Jehova boden op schepen, om ze, door het bericht van hetgeen Egypte getroffen heeft, uit hun zorgeloosheid op te wekken.
De boden gaan "uit voor Jehova" staat er woordelijk; deze wordt gedacht als in Egypte aanwezig om gericht te houden (Jesaja 19:1).
Deze door den Heere gezonden boden, die op schepen den Nijl opvarende, het bericht van den door God bewerkten val van Egypte naar Ethiopië brengen, behoren tot de dichterlijke aanschouwing. Daarom let de Profeet niet op de moeilijkheden, welke de scheepvaart uit Egypte naar Ethiopië oplevert. De zakelijke inhoud is, dat de schrikmare spoedig naar Ethiopië zal komen, en vormen nu de boden hier de tegenstelling tegen de boden met vrolijk bericht voor Ethiopië in Jesaja 18:2. toenmaals wendde de Heere door de nederlaag van Sanherib voor Jeruzalem het gevaar genadig af, dat Egypte en Ethiopië beide van Assur bedreigde. Thans is het andere: Aan Babel wordt even als over Judea, zo ook over Egypte en Ethiopië macht gegeven. De zonen vallen in Egypte (Vers 5) en zelf wordt het aan zijne grenzen door de Chaldeën bedreigd.
2) De dag van Egypte kan volgens het spraakgebruik (vgl. Jesaja 9:3 de dag der Midianieten) een bijzonder merkwaardig, bekend punt in de geschiedenis van Egypte betekenen, dus op den ouden straftijd van Egypte doelen, welke alle naburige volken met schrik vervulde voor Jehova's almacht.