Ezechiël 40:5-26
Het meetriet, dat in de hand van den oppersten Bouwheer was, is hiervoor vermeld, vers 3. Hier wordt ons gezegd, vers 5, wat de nauwkeurige lengte daarvan was, wat van belang is, omdat het huis er mee gemeten werd. Het was van zes ellen, dat is: geen gewone ellen, maar de el des heiligdoms de gewijde el, wat de gepaste maat was voor dit heilige huis, en dat was ene handbreedte, dus vier duim, langer dan de gewone el: de gewone el was achttien duim, deze twee en twintig, zie Hoofdstuk 43:13. Toch beweren sommige critici, dat dit meetriet maar zes gewone ellen lang was en ene handbreedte daarbij. Het eerste schijnt meer waarschijnlijk. Hier is een bericht,
1. Van den buitenmuur van het huis, die het rondom insloot, die zes ellen dik en zes ellen hoog was, wat de afscheiding aan alle zijden betekent tussen de kerk en de wereld en de goddelijke bescherming, waaronder de kerk staat. Als een muur van deze dikte haar niet beschermt, dan zal God Zelf een vurige muur rondom zijn, wie dien aanvalt, zal dat doen met het gevaar voor zijn leven.
11. Van de verschillende poorten met de kamers, die er aan grenzen, Hier wordt in `t geheel geen melding gemaakt van het buitenste voorhof, het voorhof der heidenen, sommigen menen, dat er in den tijd van het Evangelie, zulk ene menigte in de kerk zou samenstromen, dat hun voorhof ongemeten moest blijven om te betekenen, dat de vereerders in dat voorhof ontelbaar zouden zijn, Openbaring 7:9, 11, 12.
1. Hij begint met de oostpoort, omdat dat de gebruikelijke toegang was tot het lagere gedeelte van den tempel, terwijl het heilige der heiligen aan de westzijde was, in tegenstelling met de afgodische heidenen, die met het gezicht naar het oosten baden. Bij het bericht van deze poort valt op te merken, a. Dat hij er naar opklom langs trappen, vers 6, want de kerk van het Evangelie was verheven boven die van het Oude Testament, en als wij komen om God te aanbidden, moeten wij opklimmen, dat is het voorschrift, Openbaring 4:1. Kom hier op. Sursam corda-Het hart naar boven. b. Dat de kamers, die bij de poorten lagen, slechts kleine kamers waren, ongeveer 10 voet in `t vierkant, vers 7. Deze dienden als woning voor degenen, die den dienst van het huis waarnamen. En het past dengenen, die tot geestelijk priester voor God zijn aangesteld, zich tevreden te stellen met kleine kamers, en geen grote dingen voor zichzelf te zoeken, als wij maar ene plaats hebben binnen den muur van Gods voorhof, den hebben wij reden om dankbaar te zijn, al is het maar in ene kleine kamer, een nederig verblijf, al zijn wij daar maar dorpelwachters. c. De kamers waren alle vierkant, wat hun hechtheid beduidt en juiste afmeting en hun nauwkeurige overeenstemming met de maat, want zij weren alle een riet de lengte en een riet de breedte, eveneens hadden zij alle dezelfde afmeting, om degelijkheid aan te duiden tussen degenen, die den dienst van het huis waarnamen. d. Er waren zeer veel kamers, want in het huis van onzen Vader zijn vele woningen, Johannes 14:2, in Zijn huis boven, en in dat hier op aarde. In het binnenste Zijns tabernakels zal Hij verbergen, wier begeren het is in het Huis des Heeren te wonen alle de dagen huns levens, Psalm 27:4, 5. Sommigen houden het er voor, dat deze kamers de afzonderlijke gemeenten der gelovigen voorstellen, die onderdelen zijn van den groten tempel, de algemene kerk, die gebouwd worden, en gebouwd moeten worden naar het schriftuurlijk snoer en meetriet, en waarvan Jezus Christus de maat neemt, dat is, waarvan Hij kennis neemt, want Hij wandelt in het midden der zeven gouden kandelaren. e. Er wordt gezegd, vers 14 :Hij maakte ook posten. Hij, Die ze nu mat, is Dezelfde, die ze maakte, want Christus is de bouwheer van Zijne kerken is daarom het best in staat ons er van op de hoogte te stellen. En dat Hij ze met de standaardmaat in overeenstemming bracht, wordt hier maken genoemd, want er wordt anders niets van bericht, dan dat zij daarmee overeenstemmen. Tot de wet en het getuigenis. f. Hier zijn posten van zestig ellen, hetgeen, naar sommigen menen, letterlijk vervuld werd, toen Cyrus, in Zijn besluit tot herbouwing van den tempel te Jeruzalem, beval, dat de hoogte daarvan zestig ellen zou zijn, dat is iets minder dan dertig meter, Ezra 6:3. g. Hier waren vensters aan de kamertjes, en aan de posten en de voorhuizen, om het licht des hemels te betekenen, waardoor de kerk verlicht wordt, de goddelijke openbaring wordt er binnengelaten tot lering, tot leiding en tot troost voor degenen, die in Gods huis wonen, licht om bij te werken richt om bij te wandelen, licht om zichzelf en elkaar te zien. Er was licht in de kamertjes, ook de kleinste, ook de geringste delen en leden van de kerk zullen licht ontvangen. Alle uwe kinderen zullen van den Heere geleerd zijn. Maar het zijn nauwe vensters, zoals die in den tempel, I Koningen 6:4. De openbaringen, aan de kerk op aarde gedaan, zijn nauw en spaarzaam, vergeleken met die, welke in den staat der toekomst gedaan zullen worden, als wij niet langer door een spiegel in ene duistere rede zien zullen. h. Van verschillende hoven wordt hier gesproken, een buitenste voorhof, dan een binnenste voorhof, dan nog een daarbinnen, en een buiten het buitenste. In het allerbinnenste kwamen alleen de priesters, wat naar de mening van sommigen wijst "op de verscheidenheid der gaven, en genade en ambten, in de verschillende leden van het lichaam van Christus hier, en ook van de onderscheidene trappen van heerlijkheid in de voorhoven en de woningen van den hemel, zoals er sterren zijn in onderscheidene sferen en sterren van verschillende grootte aan het vaste uitspansel." Sommigen komen nader bij God dan anderen en hebben ene diepere kennis van goddelijke dingen, maar voor een kind van God is een dag in Zijne voorhoven beter dan duizend elders. Deze voorhoven hadden voorhuizen, of zullengangen in de rondte tot bescherming tegen weer en wind voor degenen, die dienst deden, want als wij op den weg van onzen plicht jegens God zijn, mogen wij geloven, dat wij onder Zijne bijzondere bescherming staan, dat Hij genadig voor ons zorgen zal, ja, dat Hij Zelf ons tot ene beschutting tegen den vloed en tegen den regen zal zijn, Jesaja 4:5, 6. r. Op de posten waren palmbomen gegraveerd, vers 16, om te betekenen, dat de rechtvaardige groeien zal als een palmboom in de voorhoven van Gods huis, Psalm 92:13. Hoe meer zij nedergedrukt worden door den last der beproeving, des te sterker groeien zij, zoals men van de palmbomen zegt. Eveneens betekent het de overwinning en triomf over hun geestelijke vijanden, zij hebben palmtakken in hun handen, Openbaring 7:9, maar opdat zij die niet laten vallen, of de vijanden hun die uit de hand rukken zijn zij hier op de posten van den tempel gegraveerd als altijddurende gedenktekenen van hun eer. Gode zij dank, die ons allen tijd doet triomferen. Ja, de gelovigen zullen zelf tot pilaren in den tempel van onzen God gemaakt worden, en er niet meer uitgaan, en Zijn naam zal hun ingedrukt worden, hetgeen hun schitterendst versiersel en eer zal zijn, Openbaring 3:12. k. Hier wordt aandacht geschonken aan het plaveisel van het voorhof, vers 17, 18. Het woord betekent, dat het plaveisel van porfiersteen was, dat de kleur had van vurige kolen, want wij moeten de schoonste en schitterendste heerlijkheden dezer wereld onder onze voeten hebben en houden, als wij God naderen en in Zijn dienst zijn. De sterren zijn als het ware de vurige kolen, of stenen van vurige kleur, waarvan het plaveisel van Gods hemelsen tempel is, en als het plaveisel van het voorhof zo schoon en schitterend is, dan kunnen wij wel denken, hoe heerlijk de woningen van dat huis moeten zijn!
2. De poorten, die naar het noorden, vers 20, en die naar het zeiden zagen, vers 24, met hun vertrekken, zijn vrij wel gelijk aan die naar het oosten, naar de maat der eerste poort. Maar de beschrijving wordt in alle bijzonderheden herhaald. En even uitvoerig wordt de bouw van den tabernakel in Exodus verhaald, en van den tempel in het boek der koningen en dat der Kronieken, om de bijzondere aandacht te betekenen, die God wijdt, en die Zijne dienaren moeten wilden aan alles, wat tot de kerk behoort. Het is Zijn vermaak, Zijn oog is er op gevestigd. Hij kent allen, die de Zijnen zijn, al Zijne levende tempels, en al wat tot hen behoort. a. Deze tempel had niet alleen een poort naar het oosten, om de kinderen van het oosten binnen te laten, die beroemd waren om hun rijkdom en wijsheid, maar hij had ook ene poort naar het zuiden en een naar het noorden, om de armere en minder beschaafde vorken toe te laten. Het nieuwe Jeruzalem heeft twaalf poorten, drie in iedere richting, Openbaring 21, 13, want velen zullen komen van alle kanten om daar neer te zitten, Mattheus 8:11. b. Naar deze poorten ging men op met trappen, zeven trappen, vers 22-26, die, naar sommigen opmerken, ons herinneren moeten aan de noodzakelijkheid van voortgang in genade en heiligheid, gaande van de ene genade tot de andere, van stap tot stap, van kracht tot kracht, ons benaarstigende tot volmaaktheid-hoger, hoger naar den hemel, den tempel boven.