16. Ook zo zal de naam der stad Hamóna (volksmenigte
Hoofdstuk 31:2) zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.
Gog dacht het volk Gods te begraven en zijn land zich toe te eigenen, maar het gebeurt geheel anders, hij wordt door het volk van God begraven en van het land verkrijgt hij slechts zo veel, als voor de begrafenis toereikende is.
Verschillend wordt de nadere bepaling omtrent het doel der begrafenis: "dal der doorgangers ten oosten van de zee" verklaard: daar men 1) aan de Middellandse zee denkt, en nu onder het dal de landstreek van Megiddo verstaat. Dal der doorgangers kon het genoemd zijn, omdat het de oude hoofdstraat van het verkeer tussen Egypte en de voornaamste landen was, of nog meer bepaald op ons orakel doelende, omdat de verschijning van Gog en zijne legers slechts die van ene voorbijtrekkende onweerswolk (Hoofdstuk 38:9, 16) zou zijn, daar slechts hun graf bleef, dat zij in `t heilige land zouden vinden. Of 2) men denkt aan de Dode zee (Hoofdstuk 47:18) en verstaat onder het dal der doorgangers den naam van ene straat aan het zuidoostelijk einde der Zoutzee. "Dit dal, zo merkt Schmieder op, lag aan de uiterste grenzen van het land Israëls nabij het gebergte Seïr (vgl. Ezechiel 35:2). Het herinnerde aan ene nederlaag der Edomieten door David (vgl Psalm 60:2) en aan Kedar-Laomer, die in het naburige Sodom Lot en zijne have had weggevoerd en door Abraham geslagen werd (Genesis 14). Bovendien was de Dode zee in noordwestelijke richting zich aan het Zoutdal aansluitende ene blijvende type van alle oordelen Gods. " In zo verre volgens het slotwoord van Hoofdstuk 38 door Ezechiëls voorzegging over Gog ook de onderneming van den antichristelijken tijdgeest tegen het naar huis trekkende Israël, welke wij aan het einde van deze eeuw(?) stellen, doorschemert, is de eerste verklaring in haar volle recht, zo als dan ook in Openbaring 6:16 uitdrukking Harmageddon (berg van Megiddo) als plaats der nederlaag van de tegen Israël uitgezondene legers wordt genoemd. Bij de nederlaag verkrijgt onze profetie van het verbranden der wapenen, het beroven der gevallen en begraven der lijken ook hare letterlijke vervulling. Ziet men daarentegen op den persoonlijken Antichrist met zijne scharen aan het einde der 20e eeuw, die volgens vele profetische aanwijzingen tot Jeruzalem zelf doordringen zal en daar door God geoordeeld zal worden, zo is gene streek meer geschikt voor "het dal van Gogs menigte" zo als die begraafplaats verder wordt genoemd, dan de Dode zee. Voor die gebeurtenis zijn toch de schilderingen van het verbranden der wapenen en het begraven der doden meer dan symbolische uitdrukking voor geestelijke waarheden (Jesaja 9:2; 34:3; 26:19. 20:4) te nemen, want op deze nederlaag volgt de oprichting van het duizendjarig rijk, na welks afloop Gog en Magog slechts op de breedte der aarde treden, en het heirleger der heiligen en de heilige stad omringen, doch er niet in mogen komen, maar dadelijk door het vuur des Heeren verteerd worden. (Openbaring 0:3).
Zeven maanden heeft het gehele volk meer den werk aan het begraven der vijanden. Deze tijd is echter slechts voldoende om de vijanden, die bij menigten op de hoofdplaats van de nederlaag bij elkaar liggen, te begraven; ook na het eindigen der zeven maanden gaat de arbeid voort. Men kiest nu begravers, die het gehele land doorreizen, om de lijken, of liever beenderen, welke nog verder worden gevonden, onder de aarde te brengen. Daartoe aangestelde mannen reizen het land door en met hen de doodgravers. De eerste, de eigenlijke opspoorders, tekenen de plaatsen, waar lijken of beenderen liggen, dan komen de andere en doen hun werk; zij begraven echter de lijken niet op de plaatsen, waar zij zijn gevonden, deze worden alle naar het dal van Gogs menigte overgevoerd.
Het huis Israëls en het volk in het land had niet nodig te strijden; zijne vijanden vielen door Jehova, die niets dan het begraven had overgelaten. Nu zal de reiniging des lands van de lijken, de ijver daarin, het volk van het land laten voorkomen als een heilig volk en daardoor een naam doen maken. Nu reinigen zij met alle zorgvuldigheid het land, die het vroeger verontreinigden met allerlei gruwelen.
Het volk erkent zich zelf nu als werkelijk van het heidendom gescheiden, het is wezenlijk een rein volk in de sterkste tegenstelling tegen alle onreinheid en bevlekking. Uit dit levendig bewustzijn handelt het nu, en zo strekt de gebeurtenis der theokratie tot roem. God heeft zich in het midden des volks verheerlijkt, maar niet meer, als in oude tijden, gaat het nu in ondankbaarheid zijne eigene wegen van zonde en verderf, maar het leeft nu zijn leven tot verheerlijking des Heeren. Opdat dan het aandenken aan de katastrofe door meer dan ene localiteit levendig worde gehouden, moet ook ene nabij gelegene stad enen naam dragen, die daarmee overeenkomt.
Thans schildert de Ziener den ondergang van Gog nog nader. Wanneer hier bogen en pijlen, schilden, werpspiesen en andere niet meer gebruikelijke wapenen, en niet de in onzen tijd uitgezondene, voorkomen, zo is dit zeer licht verklaarbaar, dewijl de Ziener de voorspelling voor zijn tijdgenoten en allen, die haar later lezen zullen, schreef, die zich immers zonder uitzondering van de opgenoemde wapenen een denkbeeld konden vormen; de opgenoemde wapenen van Gog, welke door vele volken toch nog gebruikt zullen worden, zijn typen van zijn werkelijk oorlogstuig. Na zijnen val zal Gog een tijd lang daar neer liggen den vogelen tot een spijs toegeworpen, om hem als een voorwerp van afschuw te brandmerken. Deze smadelijke onderscheiding ontmoeten wij nog eenmaal Vers 17-20 Het strafgericht komt alleen niet over Gog, maar ook over de volken der landen, waar zijne krijgsscharen te huis behoren. Het werpen van vuur op Magog wijst op vreeslijke oordelen over het land Magog en de geruste inwoners der eilanden. Is het land Magog zo veel als de eilanden, dan wordt Europa bedoeld; welke omwentelingen daar en op de ganse aarde ten tijde des Antichristendoms zullen plaats hebben, bemerken wij uit de Openbaring. Dit laatste oordeel komt wellicht over de in Europa achtergelatene Antichristelijke krijgsheiren en volken, waarover God hier even als over den Antichrist gerichten uitoefent. Door al deze openbaringen, verheerlijkt God Zich zo geweldig en machtig voor alle natiën, dat zij Hem onmiddellijk erkennen en aanbidden. Het heir van Gog wordt nu nog door twee bijzondere trekken indrukmakend geschilderd. De ene is, dat de bewoners van Israëls steden zeven jaren lang met de schachten der lansen en het hout van het krijgstuig hun vuren kunnen stoken, en gedurende dezen tijd gene bomen in het woud behoeven om te houwen; de andere, dat het ganse volk zeven maanden werk heeft om al de lijken van het verslagen heir te begraven. Gogs krijgsheir bevat in allen gevalle millioenen, die het ganse land Kanaän als ene wolk van Dan tot Berseba en bovendien nog de naburige landen overdekken zullen. De kern dezer armee, Gog en zijne onderkoningen, belegerden evenwel Jeruzalem, waar in allen gevalle de meesten, waarschijnlijk alle verzamelde Joden de vlucht genomen hebben. Het zevental van jaren en maanden, waarvan de Ziener hier op zinnebeeldige wijze gewaagt, wijst op ene volkomene geestelijke en wereldlijke overwinning door het Rijk Gods behaald. Daar evenwel in de ganse versnelling gene beeldspraak voorkomt, zo heeft men deze zeven jaren en zeven maanden, ofschoon zij aan het zinnebeeldige zevental herinneren en den triomf des Heeren als ene volkomene schilderen, evenwel in werkelijken zin op te vatten. Wat al houtwerk moet het aantal van kanonnen, geweren, spiesen, zwaarden, kruid-, voorraad- en pakwagens en andere oorlogstoestel, welke toch grotendeels uit metaal bestaat, uitleveren, om een geheel volk voor zeven jaren brandstof te verschaffen? Wapenhandel en oorlogskunst nemen met deze allerontzettendste nederlaag van het talrijkste en het best toegeruste heir, sinds Adams tijd, een einde. Door ene zo majestueuze betoning Zijner almacht en heiligheid en heerlijkheid en gerechtigheid aan dit uit alle volken der aarde bestaande krijgsleger, zal God de denkwijze der natiën zo doen veranderen, dat zij hun zwaarden tot ploegijzers, hun spiesen tot snoeimessen zullen versmeden (Jesaja 2) Hoe verwerpelijk komen de krijgstoerustingen der volken in onzen tijd ons voor, welke het merg der natiën verteren, tegenover het raadsbesluit Gods, hetwelk ons aan het einde onzer eeuw een tijd doet verwachten, wanneer de menigte der krijgswapenen, slechts naar de waarde van het brandhout, dat zij uitleveren, geschat zal worden! Wanneer Gog gevallen is, wordt hij wel is waar den roofvogelen prijs gegeven, maar niet om als smetstof op het land te blijven liggen. Hij zal benevens zijne scharen in het dal Josafats, in de landstreek, welke tussen Jeruzalem en de Dode zee ligt, begraven worden. Bij Armageddon aan den berg Zions valt hij, en oostwaarts in het dal wordt hij ook begraven. Het gehele volk zal hem begraven, opdat het land spoedig gezuiverd worde; evenwel zullen er toch zeven maanden nodig zijn, dewijl het aantal der door Jehova gedoden (Jesaja 66:16) ongehoord zal wezen, en velen ver van daar zullen vallen. Dit dal heet dan het dal van Gogs menigte. De begrafenis van den Antichrist met zijn heir, die aan de verzamelde Joden den vreeslijksten dood had toegezworen, zal dan den Joden, voor wie de Koning des Hemels zo krachtig gestreden heeft, in de schatting van de overige volken der aarde doen rijzen. Er zullen dan bijzondere ambtenaren worden aangesteld, welke lieden uitzenden, die het land doorvorsen, opdat alle beenderen en overblijfselen van dit heir in de uiterste hoeken des lands opgespoord en in het dal van Gogs menigte begraven worden. En daarmee zullen zij, na zeven maanden nog niet gans en al vaardig zijn; dewijl ook velen in de verwijderde streken des lands door de gerichten Gods zullen vallen. De stad of Dodenstad, waar zij begraven liggen, heet daar Harmona of menigte. In de dodenstad Harmona liggen dan de snoodsten aller natiën begraven; hun zielen evenwel zullen in de scheool nederdalen tot de oude goddeloze volken; hun opperhoofden zijn reeds naar het lichaam veranderd en verdoemd. Ezechiel 32. Openbaringen 19:20 God zal enigen van ieder volk overig laten blijven, opdat zij de ontzettende mare dezer schrikwekkende nederlaag naar huis brengen, en zij hunnen stamgenoten getuigen van de majesteit des Almachtigen zouden kunnen zijn. Jesaja 66:19. Daar het grootste deel des legers bij en in de dalen van Jeruzalem zal staan, zo is het natuurlijk, dat men hun lijken ook in die dalen, namelijk, in het dal Josafats begraven zal; tot deze zullen dan de anderen verzameld worden, zodat ze allen bij elkaar zijn; de rede van den Ziener is dus niet zinnebeeldig op te vatten, wanneer hij van ene dodenstad en ene begrafenis in massa spreekt. De bezoekers van Jeruzalem in het duizendjarig rijk zullen dan ook derwaarts henen gaan en deze grafheuvels aanschouwen. Jesaja 66:24. Aldus eindigt de opstand tegen God en Zijn Gezalfde! .