2. En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, van de noordpoort van het bovenste (
Jeremia 36:10) of het priesterlijke voorhof af, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijne hand; en één man in het midden van hen, een zevende, als hun legeraanvoerder (
Jozua 5:14), was met linnen bekleed, en eens schrijvers inktkoker (
Prediker 6:4) was aan zijne lenden 1) in den gordel aan de heup (
Jeremia 13:11); en zij kwamen in tot in het midden van het priester-voorhof, en stonden bij het koperen altaar (
Hoofdstuk 8:4).
1) Het is onze Hogepriester, die met heerlijkheid bekleed is, want dat werd betekend door het fijne linnen. Als Profeet draagt Hij des schrijvers inktkoker, het boek des levens is het boek des Lams; de grote dingen der Wet en des Evangeliums, welke God voor ons beschreven heeft, zijn van Zijn geschrift, want het is de Geest van Christus, die in de schrijvers der Schriftuur tot ons getuigt en de Bijbel is de openbaring van Jezus Christus.