8. Toen zei hij tot mij, om mij den verderen loop, dien ik niet met hem was nagegaan, bekend te maken: Deze wateren vlieten uit naar het voorste van Galilea, en dalen af in het vlakke veld, in het Ghor- of lage dal der Jordaanvlakte (
Jozua 3:1); daarna komen zij in de zee; in de zee uitgebracht zijnde, zo worden de wateren, die de zee bevat en die aan haar den naam van Dode zee hebben gegeven (
Genesis 19:29), gezond.
Om de bedoeling te vatten, moet gij u geheel in het land der belofte verplaatsen. Oostelijk van den tempel, van waar de waterstroom uitging, breidt zich voor den verrukten blik des Profeten ene dorre zandvlakte uit, straks vervangen door de Dode zee, waarop (en niet op den groten Oceaan) hier ter plaatse bepaald en uitsluitend gedoeld wordt. De Dode zee, hoe treurig het daar in den omtrek en op den bodem geschapen stond, wien is het geheel onbekend! Verplaatst u bij dat onafzienbare meer, uren in den omtrek van naakte bergen en steile klippen omgeven. De oever wordt zelfs geschuwd door de dieren, die er drank noch voedsel ontmoeten; de oppervlakte is roerloos en stil als het graf; geen vis, die er het leven in houden kan, geen vogel, die er te dicht aan genaakt, of hij zinkt bedwelmd naar beneden. Nog heden ten dage kan het den reiziger schijnen of dat schrikwekkend oord met den vloek van God is beladen, of bij het loeien van den storm nog een doffe zucht uit den donkeren afgrond vernomen wordt! En nu, verbeeld u de verbazing des Zieners, tot dat dode meer ziet hij den levensstroom naderen, en, wonder boven wonder, de zieke zee wordt gezond, de vervloekte zee schijnt met een nieuwen zegen gedoopt, de Dode zee is aangeblazen door een adem des hogeren levens! Wij zouden u beklagen, Gel. wanneer gij zelfs in de verte het antwoord op de vraag niet kondt raden: wat moeten deze dingen beduiden? Die Dode zee, wat vertoont zij ons anders dan het beeld, van wat de wereld en ons hart door de zonde geworden is? Ach, de aarde kon een paradijs zijn van weelde, als voorheen die vruchtbare vlakte, maar met den val trad de dood in in het leven, en het aardrijk werd vervloekt als den bodem, die Sodom en Gomorra, Adama en Zeboïm droeg. Even weinig als in de Dode zee één schepsel het leven kan houden, evenmin is er waarachtig leven voor uwe ziel in den verpesten dampkring der aarde.
Maar tot de Dode zee komt de heilige tempelstroom: tot den zondigen en doodschuldigen mens de openbaring van Gods genade in Christus. De Dode zee kan zich zelf niet gezond maken, de wereld zich zelf niet verlossen, maar wat wereld en wet onmogelijk was, God heeft het door Christus gedaan. En gij ziet immers niet voorbij, in wat richting deze stroom zich beweegt? Niet waar reeds water was, maar waar het niet werd gevonden; door ene dorre vlakte wandelt hij voort, opdat hij deze in een hof des Heeren herscheppe; uit de hoogte stort hij neer in de diepste diepte der dalen, en nauwelijks komt hij met de Zoutzee in aanraking, of ziekte en dood zijn gevlucht. O heilig tekenschrift, wie peilt uwe betekenis niet, die althans iets van de diepte onzer ellende en de grootheid van Gods genade verstaat? Ja, ziet hier het Evangelie, dat wij u prediken. De Hoge en Verhevene, die in de eeuwigheid woont, wil ook wonen bij dien, die eens nederigen en verbrijzelden geestes is, opdat Hij levend make, wat daar was verzwakt en verbrijzeld. Staat gij nog hoog in eigene schatting geplaatst, en roemt gij heimelijk in eigene wijsheid, deugd en waardij, het Evangelie is voor u niets, en gij kunt niets voor Christus zijn, dan een voorwerp van Zijn mateloos medelijden. Immers gij ziet het, de stroom bij Ezechiël klimt niet op tot de toppen der bergen, maar daalt af in de diepte der dalen, en richt zich bij voorkeur tot het dorre, het smachtende, het leven- en hopeloze, zo God van den hemel geen redding en leven gebiedt. Maar is uw hart aan die onvruchtbare vlakte gelijk, die tot God om lafenis roept; erkent gij het, dat uw leven, juist als die Dode zee door eigene schuld is beladen met zonde en vloek, ja, dan komt ook tot u de stroom des levenden waters in het woord en den Geest van den Heere. Hongerigen worden met goederen vervuld, maar rijken zijn ledig weggezonden, en van een hart en een wereld, waarin Christus komt, geldt nog het profetisch woord: "de wateren worden gezond. "