20. Hij mat het aan de vier zijden; het had enen muur rondom henen, de lengte was vijf honderd rieten, en de breedte vijf honderd, 1) om onderscheid te maken tussen het heilige en onheilige, rondom den muur zelf was nog ene vrijplaats van 50 ellen breedte. (
Hoofdstuk 45:2).
1) Wat in dit gedeelte besproken wordt is niet, zoals reeds de Septuaginta, en na haar vele oudere en nieuwere verklaarders hebben gemeend, de in Hoofdstuk 40:5 vermelde buitenste muur der voorhoving toch volgens de opmerkingen bij Hoofdstuk 41:12 op 2. 000 ellen werd berekend, terwijl hier van 4 ml. 500 = 2. 000 meetroeden sprake is. Van den ringmuur van het buitenste voorhof is nog een verder daarvan gelegen scheidsmuur te onderscheiden, welke zesmaal zo groot is, dus 12. 000 ellen bedraagt en het gehele heilige tempelbouw van het gewone land of het heilige van het onheilige afscheidt.
Deze sterke scheiding, schrijft Keil, is eigenaardig aan den tempel van Ezechiël, en dient, even als vele andere inrichtingen van het nieuwe heiligdom en van den eredienst, om de onontwijdbare heiligheid van dezen tempel voor te stellen. Bij den tempel van Salomo grensde de buitenste voorhof onmiddellijk aan den gewonen grond van stad en land, zodat de verontreiniging, door de zonde des volks te weeggebracht, aanstonds in de heilige ruimte van het voorhof konde indringen. Daaraan moet in het heiligdom der toekomst worden perk gesteld door de afgezonderde ruimte rondom, ter afscheiding van het heilige van het gewone. Daarop wijst dan ook het woord des Heeren in Hoofdstuk 43:7 v. Niet zonder symbolische betekenis is zeker de aangegevene maat van 4 ml. 507 meetroeden, welke tot ellen teruggebracht het getal 12. 000 geeft. Volgens onze vroegere opvatting zouden wij hier aan de bijzondere leden der toekomstige Zionsgemeente moeten denken, en werkelijk bedraagt in Openbaring :4 v. het getal der verzegelden uit ieder der 12 stammen twaalf duizend. Daar wordt het getal uitdrukkelijk bij elken stam herhaald, hetgeen zonder twijfel de bijzondere betekenis daarvan moet doen in `t oog vallen. Zo is het symbool der verzegeling; en nu heeft toch onze Profeet in Hoofdstuk 20:38 v. eveneens op ene verkiezing uit Israël gewezen, welke alleen het Israël der toekomst, het volk der toekomstige gemeente zal uitmaken. "