Ezechiël 41:12-26
Hier is
1. Ene beschrijving van een gebouw dat vooraan de afgesnedene plaats zich bevoel, dat is voor den tempel, in den hoek der richting naar het westen, vers 12, dat hier gemeten wordt en vergeleken, vers 13, met de maat van het huis, de afmetingen schijnen gelijk te zijn. Dit stond in ene plaats alleen en wordt gemeten, vers 15, met haar galerijen of bijbehorende kamers, posten en vensters, en derzelver ornamenten, vers 15-17. Maar wat het doeleinde van dit tweede gebouw was, wordt niet gemeld misschien betekent het in dit opzicht de stichting van de kerk onder de heidenen, die niet beneden den Joodsen tempel stond, maar van gans anderen aard was en dezen weldra overvleugelen zou.
2. Ene beschrijving van de ornamenten des tempels en van het andere gebouw. De wanden aan den binnenkant waren van boven tot beneden versierd met Cherubim en palmbomen afwisselend geplaatst, als in Salomo's tempel, 1 Koningen 6:29. Elke Cherub heeft hier twee aangezichten, eens mensen aangezicht tegen den palmboom van deze, en eens jongen leeuws aangezicht tegen den palmboom van gene zijde, vers 19. Die schijnen engelen voor te stellen, die meer dan eens mensen wijsheid en den moed eens leeuws bezitten, in beide hebben zij een oog op den palm der overwinning, die voor hen staat en waarvan zij zeker zijn in hun kamp met de machten der duisternis. En inde vergaderingen der heiligen zijn engelen op bijzondere wijze tegenwoordig, I Corinthiers. 11:10.
3. Ene beschrijving der posten van de deuren des tempels, en van het heiligdom, die vierkant waren, vers 21, niet rond gelijk pilaren, en de ene gedaante was als de andere gedaante, of (Engelse vertaling) de gedaante des enen was als de gedaante des anderen. In den tabernakel en in Salomo's tempel was de deur van het heiligdom of van het allerheiligste, smaller dan die van den tempel, maar hier is die even breed, want onder het Nieuw Verbond is de weg des heiligdoms meer openbaar dan die was onder het Oude, Hebreeën 9:8, daarom is de deur breder. Deze deuren worden beschreven, vers 23, 24. De tempel en het heiligdom hadden ieder zijne deur, en wel met twee bladen, dus ene vouwdeur.
4. Wij hebben hier de beschrijving van het reukaltaar, hier een houten altaar genoemd, vers 22. Er wordt niet gemeld, of het met goud overtrokken was, maar dat was het ongetwijfeld, anders kon er geen reukwerk op gebrand worden, tenzij men onderstelt, dat er alleen de reukwerkvaten op geplaatst werden. Of ook: het betekent dat het reukwerk des Nieuwen Verbonds zuiver geestelijk van aard is, en het vuur geestelijk, dat een altaar van hout niet verteert. Daarom heet dit altaar ene tafel. Dit is de tafel, die voor des Heeren aangezichte zal zijn. Hier, gelijk tevoren, vinden wij het altaar in ene tafel verkeerd, want, nu het grote Offer gebracht is, hebben wij niets anders te doen dan aan des Heeren tafel dat Slachtoffer te gedenken en Zijn dood te verkondigen.
5. Hier volgt de versiering van deuren en vensters met palmbomen, opdat zij een geheel uitmaakten met de wanden van het huis, vers 25, 26. Zo worden de levende tempelen versierd, niet met goud, of zilver, of kostelijke kleding, maar met den verborgen mens des harten, in een onverderfelijk versiersel, 1 Petrus 3:3.