Ezechiël 40:39-49
In deze verzen hebben wij een bericht,
1. Van de tafelen, die in het voorhuis van iedere poort van het binnenste voorhof waren. Wij vinden geen beschrijving van de altaren voor de brandoffers vóór Hoofdstuk 43:13. Maar, omdat het ene altaar onder de wet vervangen zou worden door ene menigte tafelen onder het Evangelie, wordt hier bijtijds onze aandacht gevestigd op de tafelen, zodra wij het binnenste voorhof binnengaan want voordat wij gaan aanzitten aan de tafel des Heeren, zijn wij slechts belijders zonder meer, als wij daaraan toegelaten worden, gaan wij het binnenste voorhof binnen. Maar in dezen tijd van het Evangelie vinden wij geen altaar, voordat de heerlijkheid des Heeren er bezit van genomen heeft, want Christus is ons altaar, dat iedere gave heiligt. Hier waren acht tafelen geplaatst, waarop men slachtte, vers 41. Wij lezen niet van tafelen voor dit doel in den tabernakel of in Salomo's tempel. Maar hier waren zij geplaatst, om de menigte van geestelijke offeranden aan te duiden, die in de dagen van het Evangelie naar Gods huis gebracht zouden worden, en de menigte handen, die dienst zouden doen bij het offeren van die offers. Hier waren de vleesbanken voor het altaar, hier waren de aanrechttafels, waarop zij het vlees van het offer legden, de messen, waarmee zij het opensneden, en de haken, waar zij het aan ophingen, opdat het gereed zou zijn, om op het altaar geofferd te worden, vers 43, en daar wiesen zij ook de brandoffers, vers 38, om aan te duiden, dat, voordat wij tot Gods altaar naderen, wij alles in gereedheid moeten hebben, onze handen onze harten, die geestelijke offeranden moeten wassen, en zo rondom Gods altaar gaan.
11. Van het gebruik waarvoor sommige der kamers, die tevoren vermeld zijn, bestemd waren.
1. Sommige waren voor de zangers, vers 44 Het schijnt, dat van al degenen, die dezen tempeldienst verrichtten, voor hen het eerst gezorgd werd, om aan te duiden, niet alleen dat het zingen van psalmen ook onder het Evangelie van kracht zou blijven, maar, dat het Evangelie allen, die het omhelzen, overvloedig reden zou geven tot lof en blijdschap, en om uit te breken in zangen, wat vaak genoeg betreffende den tijd van het Evangelie voorspeld is, Psalm 96:1, 98:1. Christenen behoren zangers te zijn Welgelukzalig zijn zij, die in Gods huis wonen zij prijzen Hem gestadiglijk.
2. Andere waren voor de priesters, beide die de wacht des huizes waarnamen, om het te reinigen, en toe te zien, dat niemand er binnenkwam om het te verontreinigen, en om de herstellingen te verrichten, vers 45, en die de wacht des altaars waarnamen, vers 46, die tot den Heere naderden om Hem te dienen. God zal voor woningen zorgen voor al Zijne knechten. Die het werk des huizes doen, zullen er ook van leven.
III. Van het voorhof der priesters, dat honderd ellen in het vierkant was, vers 47. Het altaar, dat vooraan het Huis was, was geplaatst in het midden van dit voorhof tegenover de drie poorten en in ene lijn met de drie poorten van het buitenste voorhof, zodat, als alle poorten geopend werden, het volk in het buitenste voorhof daardoor toeschouwers konden zijn van den dienst bij het altaar. Christus is beide, ons altaar en ons offer, op Wien wij steeds het oog des geloofs gericht moeten houden, als wij tot God naderen, en Hij is de Verlosser in het midden der aarde, Psalm 74:12, zodat Hij van alle kanten gezien kan worden.
IV. Van het voorhuis des Huizes. De tempel wordt het Huis genoemd, met een nadruk alsof geen enkel ander huis waard is zo genoemd te worden. Voor dit Huis was een voorhuis, om ons te leren niet haastig en gedachteloos in Gods tegenwoordigheid te naderen, maar trapsgewijze, dat is: ernstig en plechtig eerst door het buitenste voorhof, dan door het binnenste, daarna door het voorhuis, voordat zij het Huis binnengaan. Tussen dit voorhuis en het altaar was ene plaats, waar de priesters plachten te bidden, Joël 2:17. In het voorhuis, naast de posten, waaraan de deuren hingen, waren pilaren, waarschijnlijk als ene indrukwekkende versiering, evenals Jachin en Booz-Ik zal bevestigen, in Hem is kracht vers 49. In de kerk van het Evangelie is alles sterk en vast, en alles moet op zijne plaats, eerlijk en met orde geschieden.