Ezechiël 30:20-26
Deze korte voorspelling van het verzwakken van de macht van Egypte werd geprofeteerd omstreeks de tijd, dat de onderneming van het leger van de Egyptenaren, hetwelk een poging deed om het beleg van Jeruzalem te doen opbreken, verijdeld werd, en waar zijn hand terugkeerde (re infecta-zonder zijn doel bereikt te hebben) waarop de koning van Babel het beleg opnieuw begon en zijn doel bereikte. Het koninkrijk van Egypte was zeer oud, het was vele eeuwen lang zeer aanzienlijk geweest. Dat van Babel was pas onlangs op het toppunt van macht en majesteit gekomen, daar het gebouwd werd op de puinhopen van het koninkrijk Assyrië. Het gaat er dus mee, als met families en staten, de ene komt op en de andere vervalt en gaat achteruit, de ene moet toenemen en de andere natuurlijk afnemen.
I. Hier wordt voorspeld, dat de koning van Egypte zwakker en zwakker zal worden. De uitgestrektheid van zijn grondgebied zal inkrimpen, zijn rijkdom en macht zullen verminderen, en hij zal minder dan ooit in staat zijn, om zichzelf of zijn vriend te helpen.
1. Gedeeltelijk was dit reeds gedaan, vers 21 :Ik heb de arm van Farao verbroken, en wel kort tevoren. Men kan rekenen, dat een arm van dat koninkrijk gebroken was, toen de koning van Babel de troepen van Farao te Carchemis versloeg, Jeremia 46:2 "en zich meester maakte van al wat van Egypte was van de rivier van Egypte tot aan de rivier Frath", 2 Koningen 24:7. Egypte had veel tijd nodig gehad om kracht te verzamelen en zijn gebied uit te breiden, en daarom, opdat er evenwicht zal zijn in Gods leidingen, verliest het zijn kracht langzaam en trapsgewijze. Het was kort nadat de koning van Egypte de goede koning Josia sloeg en onder dezelfde regering, dat zijn arm aldus verbroken werd, en die noodlottige slag ontving, waarvan het zich nooit meer herstelde. Voordat Egypte's hart en nek gebroken werd, was zijn arm gebroken. Gods oordelen komen over een volk, stap voor stap, opdat zij Hem met berouw tegenkomen mogen. Als de arm van Egypte verbroken is, zal hij niet verbonden worden ter genezing, want niemand kan de wonden helen, die God slaat, dan Hij zelf. Dien Hij ontwapent, die Hij krachteloos maakt, kan het zwaard niet meer opnemen.
2. Hetzelfde zal opnieuw gebeuren. De een arm was tevoren gebroken, en er was een en ander gedaan om die weer te zetten, om de dodelijke wond te genezen, die aan het beest was toegebracht. Maar nu, vers 22 :Ik wil aan Farao de koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide de sterken en de verbrokenen, die weer gezet was. Als kleinere oordelen niet voldoende zijn om zondaars te vernederen en te verbeteren, zendt God grotere. God zal het zwaard uit zijn hand doen vallen, dat hij in de hand nam, met de gedachte, dat hij sterk genoeg was om het te voeren. Herhaald wordt, vers 24 :Ik zal Farao's armen verbreken. Hij was van ouds een wreed verdrukker geweest van het volk van God, en in de laatsten tijd een gebroken rietstaf, nu rekent God om beide met hem af, door zijn armen te verbreken. Met recht verbreekt God de macht, die misbruikt wordt om Zijn volk onrecht aan te doen of te bedriegen. Maar dit is niet alles
a. De koning van Egypte zal ontmoedigd zijn als hij bevindt, dat hij zelf gevaar loopt door de troepen van de koning van Babel, "hij zal voor zijn aangezicht kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt." Het is iets zeer gewoons, dat die het overmoedigst zijn in voorspoed, het meest neergeslagen en ontmoedigd zijn in tegenspoed. Zelfs voordat het zwaard hem aanraakt zal Farao kermen, alsof hij de dodelijke wond reeds ontvangen had. b. Het volk van Egypte zal verstrooid worden vers 23, en wederom vers 26 :ik zal ze verstrooien onder de heidenen. Andere volken hadden zich met hen gemengd vers 5, nu zullen zij onder andere volken gemengd worden, en er een schuilplaats zoeken en zo zullen zij weten, dat de Here rechtvaardig is.
II. Hier wordt voorspeld, dat de koning van Babel sterker en sterker worden zal, vers 24, 25. Herhaaldelijk wordt gezegd, dat God,
1. De armen van de koning van Babel sterken zal, opdat hij de dienst, waarvoor hij bestemd is, zal kunnen verrichten.
2. Een zwaard, Zijn zwaard, in de hand van de koning van Babel geven zal, wat betekent, dat Hij hem opdracht geeft, en wapens, om oorlog te voeren, in `t bijzonder tegen Egypte. Rechters op de stoel, als Pilatus, Johannes 19:11, en generaals te velde, als Nebukadnezar, hebben geen macht dan die hun van boven gegeven is.