18. En de vorst zal niets nemen van de erfenis des volks, om hen van hun bezitting te beroven; van zijne bezitting zal hij zijnen zonen erf nalaten; opdat niet Mijn volk, een iegelijk uit zijne erfenis, verstrooid worde(
Hoofdstuk 45:8.
1 Samuël 8:14;
22:7 1Sa).
De toestemming omtrent een zijner zonen geeft aan den erfgenaam van den vorst het karakter van vorstelijke bezitting; het wordt wel het geschonken erfdeel van den zoon, maar het blijft toch in de vorstelijke familie. De verdere vergunning ten opzichte van een verdienstelijken of geliefden dienaar, waarbij het geschonkene in het vrij-jaar tot den gever terugkomt, verzekert het kroondomein tegen verkleining.
Wie veel geeft, is genoodzaakt anderen het hun te ontnemen.
Wij verstaan onder den vorst dien koning, die volgens Hoofdstuk 34:24; 27:25, over het Israël, dat na zijne bekering in het heilige land is teruggevoerd, in de plaats van Christus en uit het geslacht van David zal regeren gedurende de honderd jaren, die tot de oprichting van het duizendjarig rijk nog zullen voorbijgaan. In hem wordt de juist verhouding van de staatsmacht tot de kerk uitgedrukt, welke in de heiden-christelijke kerk gedurende den tijd der reformatie wel ene juiste gedaante had, maar overigens steeds tussen de overmacht van het pausdom over de vorsten en de cesaropapie, dat de wereldlijke macht de kerk beschouwt als geheel aan den staat onderworpen, en zich tot wetgevende personen ook in kerkelijke aangelegenheden opwerpt, heen en weer geslingerd heeft, en ten laatste zelfs tot het doden der getuigen wordt. De bevrijding ook van dezen dood zal voor ons van boven af, van de gemeente op Zion komen, nadat vooraf ene grote aardbeving de schepping van den Antichristelijken tijdgeest ten grave heeft gedragen (Openbaring 1:7-13). Tot dien tijd zijn alle pogingen van gelovige Christenen, om den rollenden wagen in de wielen te grijpen en hem tot staan te brengen, te vergeefs; de bestuurders van den staat staan zelf onder een fatum, en wanneer zij niet zo willen besturen, als het lot hen dringt, moeten zij aftreden. Gods raadsbesluit wordt zelfs vervuld door middel van het ongeloof en van de dwaasheid van de kinderen der wereld, maar met het doel voor Zijne kinderen, om de kinderen der wereld geheel en al te beschamen, en hun wijsheid voor langen tijd den mond te stoppen.