Ezechiël 45:9-12
Wij vinden hier eenige algemeene rechtsregelen voor vorst en volk vastgelegd, regels voor t en verwisselende gerechtigheid, want godzaligheid zonder gerechtigheid is slechts een vorm, die noch God behaagt noch eenig volk nut doet. Krachtens het gezag van den koning der kerk wordt dus dit het beschreven recht
1. Dat vorsten hunne onderdanen niet verdrukken, maar naar plicht en trouw recht en gerechtigheid doen, vers 9. "Het is te veel voor u, gij vorsten van Israël, dat gij het volk hebt verdrukt en u met roof en geweld verrijkt, dat gij zoolang de kudde hebt geschoren in plaats van ze te weiden, doet zulks van nu af niet meer." Zie, zelfs vorsten en grooter der aarde, die lang hebben gedaan wat onrecht was, moeten ten laatste bedenken, dat het tijd, hoog tijd is, schuld te belijden en zich te beteren, want geen voorschrift kan eenig onrecht rechtvaardigen. In plaats van te zeggen, dat het al lang de gewoonte is geweest, te verdrukken, en dat ze er dus wel mee mogen voortgaan, want gewoonte wordt wet, moeten ze zeggen, dat het al lang de gewoonte is geweest en daarom, gelijk het hier luidt, het is te veel voor ons, laat ons geweld en verstoring wegdoen, laat onrechtvaardige aanzoeken niet ingewilligd worden, ongerechte gebruiken afschaffen en allen, die geweld gebruiken, van hun ambt ontzetten. Laat ze hunne uitstootingen, dat is: afpersingen wegnemen, hun onderdanen van te zware belastingen ontheffen, en recht en gerechtigheid doen, naar de wet en plaatselijk gebruik vereischen. Zie, alle vorsten, maar vooral die van Israël, hebben er zelf belang bij, recht te doen, want van hun volk zegt God: Zij zijn Mijn volk, en in zekeren zin regeeren zij inplaats van God.
2. Dat buren elkander in den handel niet zullen bedriegen, vers 10. Eene rechte waag, om geld en goederen te wegen, en eene rechte Efa, voor droge waren, koren en bloem, en eenen rechten Bath, als maat voor vloeistoffen, wijn en olie, zult gijlieden hebben. Een Efa en een Bath zullen van eenerlei maat zijn, het tiende deel van eenen Homer of Kor, vers 11. Zoo dat efa en bath, naar den geleerden Dr. Cumberland gerekend, vier en dertig liter of iets meer bevat. Een gomer was slechts het tiende deel van een efa, Exodus 16:36, en het honderdste deel van een chomer of homer, en hield ongeveer drie en een halven liter in. De Sikkel wordt hier vastgesteld, vers 13, hij is gelijk twintig Gera, is onze munt een gulden en vijf en veertig cent. Gerekend werd bij sikkels, waarvan, als men alleen op het gewicht en niet op de muntwaarde let, honderd een maneh of pond, maakt, naar blijkt uit eene vergelijking van 1 Koningen 10:17, waar gezegd wordt, dat drie manehs of ponden gouds worden gezegd, een schild te zijn, met de parallel-plaats. 2 Kronieken g: 16, waar staat, dat driehonderd sikkelen gouds opgewogen werden tot één schild. Maar wanneer de maneh eene som gelds voorstelt dan bevat die maar zestig sikkels, vijf en twintig sikkels en vijftien sikkels, wat tezamen maakt zestig sikkels. Maar zoo wordt gerekend, omdat zij een munt hadden, die twintig sikkels woog, en andere van vijf en twintig sikkels, en nog een van vijftien sikkels, zooals een geleerd opmerker hier opmerkt. Zie, de God Israëls wil nauwkeurige berekeningen en rechtvaardige handelingen, eerlijk en billijk zijn, en voorzichtig, dat niemand onrecht lijdt, omdat men anders Zijne belijdenis voor God en menschen onteert.