10. Aan de breedte van den muur des voorhofs, den weg naar het oosten voor aan de afgesnedene plaats, en voor aan het gebouw, waren kameren.
Alzo zou zich aan de Oostzijde van het voorhof der priesteren ook zulk een gebouw van kamers bevinden als het in Vers 1-9 beschrevene. In Vers 12 volgt dan een derde, dat nog juister met het laatste overeenkomt, aan de zuidzijde der Gisra en van het tempelgebouw. Daartegen zijn verschillende bedenkingen: 1) komen de woorden "voor de afgesnedene plaats en voor aan het gebouw" voor, als voor de Oostzijde niet passende, maar veel meer voor de Zuidzijde; 2) komt voor den voorhof der priesteren, waar van de 100 ellen lengte 25 ellen door het poortgebouw zijn afgenomen, voor elke der beide zijden noordelijk en zuidelijk van dit poortgebouw nog slechts ene vrije ruimte van 37 en een half el van elke zijde voor. Er moet dus een dubbel gebouw van kamers worden aangenomen, waarvan de lengte in eens was gerekend, maar dat in werkelijkheid niet zo kon geweest zijn, dat gezegd kon worden dat alles naar dezelfde lengte en breedte was (Vers 11, 13). Om deze moeilijkheden op te lossen, heeft men voorgeslagen in Vers 10 in plaats van Mydqh te lezen Mwrdh (in plaats van Oosten-Zuiden), zo dat dadelijk en niet eerst in Vers 12 van de zuidzijde sprake zou zijn en van de oostzijde geheel gezwegen. De overeenkomst der woorden in het Hebreeuws maakte een schrijffout gemakkelijk.