11. En de weg voor dezelve henen was als de gedaante der kameren, die den weg naar het noorden waren, naar derzelver lengte, alzo naar derzelver breedte, en al hare uitgangen waren ook naar dezelver wijzen, naar hun inrichtingen en naar derzelver deuren 1).
1) Het is beter: En naar hun deuren, te voegen bij het volgende vers, en dus te vertalen: En gelijk hun deuren, zo was ook de deur der kameren, die tegen het zuiden lagen, er was een deur aan het hoofd van den weg, van den weg tegenover den rechten muur, den weg naar het oosten, als men daarheen gaat.