3. En zeg tot de kinderen Ammons, al is het niet mondeling, toch in dit geschrift: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah (
Klaagliederen 2:16.
Psalm 35:21) over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen 1).
1) Het is een zeer goddeloze zonde, blijde de zijn over iemands rampen, bijzonder over die van Gods volk, en een zonde, waarmee God zeker zal afrekenen. Zo veel behagen heeft God om barmhartigheid te bewijzen, en zo traag is Hij om te straffen, dat niets hem meer behaagt, dan gestuit te worden in de wegen Zijner oordelen, door voorbiddingen, en niets tergt Hem meer, dan de verdrukkingen te bevorderen, wanneer Hij maar een weinig ongenoegen heeft.