16. Mensenkind! Zie Ik zal, terwijl Ik u thans tot enen vertegenwoordiger van het volk maak, gelijk gij in
Vers 3, Mijn vertegenwoordiger moest zijn (vgl.
Hoofdstuk 4:4-
6,
8-
15), den lust uwer ogen, namelijk uwe vrouw, van u wegnemen door ene plage 1), door een plotselingen dood, welke als een Goddelijk oordeel over haar komt (
Numeri 14:36;
17:12 v.); nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uwe tranen zullen niet voortkomen volgens uwen plicht als Profeet, die met hart en leven geheel in den dienst van God alleen gehoort te zijn (
1 Koningen 20:42 en
Hosea 1:2).
1) Wanneer de lust onzer ogen door ene plage wordt weggenomen, moeten wij Gods hand daarin zien en erkennen. Hij neemt onze vertroostingen en alle schepselen van ons, wanneer en zoals het Hem behaagt. Hij gaf ons dezelve, maar behield voor Zich een eigendom daarop, en mag Hij niet met het Zijne doen wat Hij wil? . 17. Houd stil van kermen; zucht en lijd stilzwijgende, maargij zult geen openbaren dodenrouw maken, bind uwen hoed op u in plaats van dat gij uw hoofd met as zoudt bestrooien (Jesaja 61:3), en doe uwe schoenen aan uwe voeten, in plaats van als een treurende barrevoets te gaan (2 Samuël 15:30); en de bovenste lip zult gij niet bewinden (Leviticus 13:45. Micha 3:7), en zult der lieden brood, het treurbrood (Hosea 9:4), dat gij vrienden en bloedverwanten als een rouwmaaltijd mocht willen gereed maken (2 Samuël 3:31), niet eten.
"Het liefste wat uwe ogen zien. " Zo slechts wordt hier voorlopig Ezechiëls huisvrouw (vers 16) aangeduid, om dat God ze hem ontnam, niet omdat zij zijne vrouw, maar omdat zij het liefste was, dat hij bezat. Wat voor den man ene geliefde vrouw is, dat was voor Israël zijn heiligdom (vgl. Vers 21). Der ogen wellust wordt hier de vrouw en het heiligdom genoemd, als het liefste onder de zichtbare dingen. De Heere is den Profeet nog meer lief; maar Hij is onzienlijk. "Plaag" is eigenlijk een Gr. woord, dat in het Latijn en in de Duitse talen is Overgegaan; het betekent zoveel als "slag", waarbij God als de slaande wordt gedacht. Plaag is een opzettelijk door God verordend kwaad, waardoor Hij smart wil aandoen, en daarom gemeenlijk zoveel als straf, om zondaren daardoor tot boete wegens de zonde en belijdenis van schuld te brengen. Ezechiëls vrouw werd door een dodelijken slag getroffen, om door dezen slag, die in de eerste plaats zijne vrouw trof, hem leed te veroorzaken, doch niet om hem te straffen, maar om het volk in hem typisch te tonen, hoe het door de van God gedulde verwoesting van stad en tempel stond te worden gestraft. Ezechiël moest dit lijden, gelijk andere beproevingen van zijn profetisch ambt, om het volk tot heilzame boete te leiden. Zo weinig verschoont God Zijne knechten; en zij dragen het gewillig, omdat zij weten, dat de Heere ten Zijnen tijde overvloedig vergoedt, omdat zij in liefde en vertrouwen steeds bereid zijn, Hem alles ten offer te brengen, wat Hij verlangt.
God wil dat wij alles, wat ons in de wereld dierbaar is, op Zijn bevel zullen verloochenen; dat degenen, die vrouwen hebben, ook zullen zijn, als degenen, die er gene hebben (1 Corinthiërs 7:29).
Gods kinderen zijn daarom gene gevoelloze stenen, maar zij begeren de van God gewilde maat te houden in hun smart.
Wat door natuurlijke krachten niet mogelijk is kan door de kracht der genade mogelijk worden: gehoorzaam daarom, ook wanneer het u geheel onmogelijk voorkomt, en geloof, dat u daartoe de kracht zal worden gegeven.