3. En de heerlijkheid des Gods van Israël hief zich op van den Cherub, waarop Hij was, de Schechina begaf Zich uit het allerheilige, waar zij boven de Cherubim haren troon had (1 Kon. 8:12), tot den dorpel van het huis, 1) om van hier, den ingang van den tempel, hare bevelen uit te delen (
Numeri 14:10;
16:19); en Hij riep tot den man, die met linnen bekleed was, die des schrijvers inktkoker aan zijne lenden had.
1) Hiermee wil God aanduiden, dat Hij Zijn volk, Zijn huis zou verlaten en als Rechter optreden over Zijn volk.
Zolang de Heere nog in het midden van Zijn volk woonde, Zijn vriendelijke Aangezicht over Zijn volk liet lichten, was er nog hoop op behoud en redding; maar als God Zijn volk verlaat en Zich terugtrekt, is redding onmogelijk en het verderf gewis. 4. En de HEERE zei tot hem: Ga door, door het midden der stad; door het midden van Jeruzalem, en teken een teken, een Tau, in den vorm van een kruis (Mattheus 27:31), op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over al die gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden (Openbaring :1, 2 Petrus 2:7, Pe).