4. Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN, de in het Allerheilige boven de Arke des verbonds tussen de Cherubim haar troon had, even als in
Hoofdstuk 9:3, omhoog van boven den Cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd door de wolk, welke eerst in het voorhof verscheen, maar vervolgens de heerlijkheid des Heeren als uit den tempel afhaalde, vervuld met ene wolk, en het voorhof was, als dat afhalen volbracht was, vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN, 1) die nu weer met de wolk verenigd was, zo als toen de tabernakel werd opgericht (
Exodus 40:35).
1) Niets is klaarder dan dat God is, niets duisterder dan wat Hij is. God bedekt Zich met een licht en nochthans maakt Hij ten onzen opzichte de duisternis tot Zijn tente. God nam bezit van den tabernakel en tempel in een wolk, maar zij zullen Hem zien van aangezicht tot aangezicht.