7. En de verslagenen zullen in het midden van u, die overblijft als bestemd ter ballingschap, liggen, 1) opdat gij weet, dat Ik de HEERE ben, 2) de enige God (
Jesaja 37:20).
1) Israëls bergen verplaatsen het oog van den Profeet van Jeruzalem, waarvan tot hiertoe voornamelijk sprake was, nu verder tot de bekende en geliefde offerplaatsen des lands (Jeremia 3:6). Zo kan een mensenkind door God in den toestand worden gebracht, om ook bergen, dat is mensen, die als bergen uit de vlakte der overige mensen uitsteken, vorsten en koningen enz. met het woord der Goddelijke prediking aan te tasten (Psalm 144:5).
Het klinkt groots, wanneer gezegd wordt, dat de Profeet zijn aangezicht tegen de bergen van Israël moet richten en tegen deze profeteren. De heerlijke hoogten van het beloofde land, de trots en het sieraad der aarde, waarop God Zijn volk zegenrijk had laten treden, waren door de afschuwelijkheid van den afgodendienst onheilig; maar ook de dalen en diepten waren getuigen geweest van de dwaze werken der aanbidding van nietige afgoden. Daarom moeten de hoogten door het zwaard des Heeren vernietigd, de altaren verwoest, de zonnezuilen verbroken worden, ja de mensen moeten als lijken vallen voor de verfoeilijke beelden, het werk hunner handen. Een Profeet stelt een vreselijk beeld des doods voor: daar liggen de lijken der kinderen Israëls uitgestrekt voor hun verfoeiselen, hun beenderen rondom hun altaren verstrooid, overal verwoeste steden, omgehouwen zonnestralen-ja het woord wordt vervuld: uwe werken zijn verwoest, opdat gij bekent, dat ik Jehova ben.
De gedachte: "verslagenen zullen in het midden van u liggen, sluit in zich, dat niet allen vallen, maar geredden overblijven, en bereidt het volgende voor; het vallen der verslagenen, der afgodendienaars met hun afgoden, leidt tot de erkentenis van Jehova als den almachtigen God; tot terugkeren tot Hem.
2) De Israëlieten ontkenden niet dat God bestond, maar dewijl zij geen geloof gaven aan de woorden van den Profeet, daarom openbaart Zich God en bevestigt en maakt vast het gezag van de profetische onderwijzing, waar Hij toont dat Hij als rechter tegenwoordig is, indien deze veracht wordt, zoals wij weten dat zij veracht is geworden.