25. In de zevende maand Tisri (
Exodus 12:2), op den vijftienden dag der maand, den tijd van het oude Loofhuttenfeest (
Leviticus 23:34,
39) zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang (
Vers 23 v.)gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.
1) Hoewel het zoenoffer eens voor al is opgeofferd, nochthans moeten de offerande van erkentenis, als daar is die van een gebroken hart, die van een dankbaar hart, dagelijks geofferd worden, die geestelijke offeranden, welke Gode aangenaam zijn, door Christus Jezus. Wij moeten gelijk hier, vallen in een leerwijze van heilige plichten en daarbij bleven.
Niet alleen de voorbereiding van het feest door den trompettendag op den eersten der maand (Leviticus 23:23) en het grote verzoeningsfeest op den tienden (Leviticus 23:26) ontbreekt, maar ook de plechtige eindvergadering op den 8sten dag van het Loofhuttenfeest zelf (Leviticus 23:36); evenzo omstreeks het dagelijks afnemen van het bloedige offer (Numeri 29:13) In plaats daarvan wordt geheel dezelfde offerinstelling even als voor het paasfeest bepaald, en deze weer sluit zich aan die bij de inwijding des altaars in Hoofdstuk 43:18-26 aan. Heeft nu die laatste bijzonder betrekking op het offer van Christus, dan heeft de gehele verordening omtrent het offer alleen de betekenis van een groot herinneringsfeest aan dat offer en van ene steeds vernieuwde toeëigening daarvan. In elk geval zijn het Christelijke gedachten, die in alle deze voorschriften van den Profeet worden uitgedrukt, maar in vlees en bloed van den Oud-Testamentischen cultus gekleed, zo als dat ten tijde van Ezechiël nog niet anders kon zijn, en zo als het ook ten opzichte van de geschiedenis van Gods koninkrijk van grote betekenis is. Israël heeft den Christus verworpen en gemeend een goddelijk recht te hebben tot die verwerping, omdat zij het er voor hielden, dat Hij de wet ontbond; na zijne bekering zal het erkennen dat Hij die integendeel heeft vervuld (Mattheus 5:17), en zal het door zijne gehele burgerlijke en kerkelijke inrichting en zijn godsdienstig leven zelf Hem tegen dat verkeerde verwijt rechtvaardigen.