19. En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb. 20. En gij zult verzadigd worden aan Mijne tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.
De Profeet wordt niet moede de vreeslijke nederlaag van den vijand stede weer in een nieuw licht te stellen. Het vlees en bloed der verslagenen wordt als een groot offermaal voor de dieren des velds en de vogelen des hemels voorgesteld.
Ene zeer vreeslijke gedachte ligt in het "onbegraven blijven en den vogelen des hemels ten spijze verstrekken" (Jeremia 7:33; 12:9). Ook bij Arabische dichters ontbreekt die trek niet; daar verheugen zich hyena's en wolven over het gastmaal, dat hun in de verslagen vijanden wordt bereid, en begerig storten de roofvogels neer, en verzadigen zich aan de lijken.
Onder het beeld van een offer komt de nederlaag der vijanden voor, omdat de Heere als het ware zich zelven betaald doet zijn door den ondergang van hen, die Hem het Zijne hebben geweigerd, het Hem geweigerde offer zelf neemt. God moet in ieder naar Zijn beeld geschapen wezen tot zijn recht komen, of zó, dat dit het Hem geeft, of zó, dat Hij het voor Zich neemt. in Vers 18 worden eerst de helden en vorsten genoemd; vervolgens wordt de gehele gemengde menigte door rammen, hamels, bokken, ossen voorgesteld.
Worden de beenderen in het dal begraven, op de bergen Israëls wordt daarentegen het vlees den wilden dieren ten deel, aan die uit de lucht zowel als die op het veld. Niet alleen zal Israël zich voordoen als een heilig volk, als een priesterlijk volk in het heilige land, maar Jehova wil dadelijk in den val van Gog ook Zijn land als heiligdom (Hoofdstuk 37:26) openbaren. Welk een einde na zulk een begin! Het begin was, Israël zou als buit aan Gog ten deel worden: nu is het einde, dat Gog zelf aan het gedierte ten prooi wordt overgegeven.
Hier (Vers 17-20) schildert nu de Ziener, hoe het Antichristelijke hier aan de roofvogelen en het verscheurend gedierte wordt prijsgegeven. Groter smaad kon men oudtijds een mens niet aandoen, dan zijn stoffelijk overschot onbegraven tot ene prooi voor het aaszoekend gedierte weg te werpen. Deze vernedering ondergaan hier Gog en zijn heir. Het slachtoffer Gods, hetwelk van dit leger wordt toebereid, wordt door zijne gerechtigheid gevorderd; dewijl dit heir op de ganse aarde vele kinderen Gods en nog veel meer lieden der wereld heeft gedood. Het vlees der helden en het bloed van de koningen der aarde, der koningen van den opgang en den ondergang der zon, wordt alzo den roofvogelen overgelaten. De Ziener vergelijkt ze met rammen. lammeren, bokken en varren, die op de vette weiden van het gebergte Basan goed gemest zijn. Jehova geeft dit heir aan den hoon der smadelijkste vernietiging prijs. Deze uitnodiging aan de vogelen haalt Johannes ook uit Ezechiël aan, en wel in een tijd, dat het heir nog in leven is. De herhaling van Ezechiëls voorspelling bij Christus wederkomst tot vernietiging van den Antichrist wijst er duidelijk op, dat wij door Gog den Antichrist te verstaan hebben. (Openbaring 9:17, 18).