2. Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, zo als men dat bij gewichtige gebeurtenissen doet, om den datum niet te vergeten, den naam even van dezen zelven dag: de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem even op dezen zelven dag, om de stad met bolwerken te omsingelen en haar te belegeren.
Zonder twijfel zal Ezechiël zijne toehoorders hebben opgewekt, om ook den dag aan te tekenen. Te Babel werd opgetekend, wat te Jeruzalem werd volbracht.
De plaats aan den Chaboras, waar de Profeet zich ophield, is meer den 100 mijlen van Jeruzalem verwijderd; op menselijke wijze kon dus Ezechiël onmogelijk weten, dat juist op dezen dag de belegering van Jeruzalem was begonnen, en wanneer men naderhand vernam, dat dit nauwkeurig was uitgekomen, dan was het een sterk bewijs van zijne Goddelijke zending.
Dat Ezechiël, wat bij Jeruzalem geschiedde, op denzelven dag aan den Chaboras wist te zeggen, heeft natuurlijk groten aanstoot gegeven aan die uitleggers, wier God gene voorzegging kan geven.
Het was echter noodzakelijk, dat de mensen leerden, dat de val der stad noch aan toeval, noch aan de macht der Babyloniërs was toe te schrijven, maar aan den wil van Hem, die zo lang vooruit had gezegd, dat om de goddeloosheid der inwoners de stad in vuur zou opgaan.
Nog lang was deze dag den ballingen een gewichtige dag. Tot de vastendagen, welke in de ballingschap en nog daarna tot aandenken aan gewichtige gebeurtenissen uit de laatste grote katastrofe werden gehouden, behoorde volgens Zacharia 8:19 ook de 10e dag der 10e maand. Vgl. Leviticus 16:31 Aanmerkingen.
Het is duidelijk, dat de Heere hier nader beveelt dat het volk het goed wete, dat de straf over Jeruzalem een straf Gods was. Dat het dus niet in de allereerste plaats was, de zucht van Babel's koning om zijn rijk uit te breiden, maar dat de Heere hem leidde en bestuurde, opdat aldus Diens raad zou worden uitgevoerd, ook in betrekking tot den val van Jeruzalem. Juda's volk moest hierdoor een hoog besef verkrijgen van de Oppermajesteit Gods, die alle dingen werkt naar den raad van Zijnen wil.