2. En zeg: wat was o Israël! uwe moeder 1) Jeruzalem (
Galaten 4:25)? ene leeuwin onder de leeuwentussen de andere steedse volken nederliggende, en zich zo tegenover hare heilige bestemming geheel met deze gelijk stellende; zij bracht hare welpen op in het midden der jonge leeuwen, opdat zij geheel hun natuur en aard zouden aannemen.
1) Niet Zedekia wordt hier aangesproken, maar Israël als volk, en de moeder is hier zonder twijfel de theokratie, waaruit de koningen zijn voortgekomen, zoals uit Vers 10 duidelijk blijkt.