18. En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, 1) die door listige en vleiende woorden de gewetens in slaap weten te wiegen en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, door valse voorstellingen van Mijne genade en wondervolle hulp de zielen doen inslapen om de zielen te jagen, om gunst voor zich te verwerven! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden)?
1) In het Hebreeën Limthafroth kesathoth al kol-atstsilee jadai. Beter: die deksels leggen op alle geledingen van Mijne hand, m. a. w. zij bedekken, door hun vals profeteren, dat de strafgerichten Gods niet zullen komen, den dreigenden rechterhand Gods. Tegen alle dreigende profetieën hadden zij een ander woord, een woord van vrede, vrede en geen gevaar.
2) Het geeft zinnebeeldig te kennen, dat deze profeteren het volk door bedrieglijke geloften van voorspoed geruststelden, en daardoor te weeg brachten, dat de Joden zorgeloos in allerlei boosheid voortgingen, zich vleiende dat zij een gemakkelijk en voorspoedig leven leiden zouden. Zij maakten ook hoofddeksels voor het hoofd van alle staturen. Sommigen denken aan zekere kappen, welke men oudtijds droeg tot een teken van zegepraal, en dan zal het te kennen geven, dat de valse profeteren den Joden van allerlei standen en rangen wisten wijs te maken, dat zij niet alleen vrede en voorspoed hebben, maar zelfs de overwinning op hun vijanden behalen zouden. Al zo natuurlijk komt het ons evenwel voor, dat hier gezinspeeld worde op sluiers en hoofddoeken, waarmee de Oosterse vrouwen gewoon zijn zich te bedekken. De valse profetessen maakten hoofddeksels voor het hoofd van alle staturen, dat is, zij wisten ouden en jongen, lieden van allerlei rang en stand, door hare listige voorzeggingen te verblijden en te bedriegen. 19. En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, doordat gij Mij bij die zonde ene plaats van goedgunstigheid zoudt willen doen innemen? Doet, gij die zonde voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, voor ene winst, die te schandelijker is, naarmate ze geringer is (Titus 1:1 1. Romeinen 16:18). Voor zulk een nietig loon laadt gij dan zulk ene ontzaglijke schuld op u, dat gij u vermoeit, om zielen te doden, die niet zouden sterven, de zielen der weinige ware gelovigen en knechten, die Ik nog onder Mijn volk heb (Jeremia 29:24), en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, de gelovigen te veroordelen, en daarentegen het leven den goddelozen aan te kondigen, daar gij u aan de zijde plaatst van de valse profeten en hun aanhang, terwijl op deze integendeel toepasselijk is het woord in Deuteronomium 18:20. Alzo handelt gij toch door uw liegen, waardoor gij u voorstelt als sprekende volgens Goddelijke ingeving, tot Mijn volk, dat de leugen gaarne hoort (Micha 2:11)?
Door Hengstenberg wordt de mening verdedigd, dat onder de dochters des volks gene wezenlijke vrouwen zouden moeten worden verstaan, maar dat het aan Ezechiël opgedragen strafwoord hier nog over de valse profeten van vroeger handelt, die alleen tot aanwijzing van hun vrouwelijken aard als vrouwen worden voorgesteld. Voor die mening kan zeker veel worden gezegd, met name ook, dat profetessen in Israël ene zeldzaamheid en uitzondering waren (2 Koningen 22:13). Intussen is dat juist een teken van oplossing der maatschappelijke toestanden, wanneer de vrouwen zo den voorrang hebben als hier bij Ezechiël, en zonder twijfel ook in de moederstad Jeruzalem. Gelijk op de laatste plaats het grote aanzien, dat onder Josia de ware profetes Hulda genoot, niet weinige vrouwen zal hebben opgewekt, om zich valselijk op profetische gaven te beroemen, zo werkte in Babylon het voorbeeld der heidense waarzegsters aanstekelijk op de Joodse vrouwen: "door dit heidens element werd het onware, de karikatuur dier waarzeggerij, nog meer openbaar-het boze van het valse profetisme kwam hier in bijzonder sterke kleuren in zijne gehele ruwheid voor den dag.
Bovendien moet worden opgemerkt, dat "valse profeten meestal ook valse profetessen verwekken".
Wordt nu in de vorige afdeling den valsen profeten het pleisteren van den wand met lozen kalk verweten, hier wordt der valse profetessen het kussens-maken onder de armen en hoofddeksels voor de hoofden, gelijk deze moeilijke woorden van den grondtekst zijn overgezet, verweten. Volgens andere verklaring zou in Vers 18 moeten staan: wee degenen, die deksels zamen naaien van alle leden Mijner hand, en netten maken over het hoofd naar elks grootte, om zielen te vangen. " Dit kan slechts zo verstaan worden: 1) naaien de valse profetessen deksels zamen, om die om alle leden van de hand Gods te wikkelen, zodat Hij ze niet kan roeren, d. i. zij bedekken en verbergen door hare leugen-profetie het woord Gods, en met name Zijne bestraffende en bedreigende kracht, op zulk ene wijze, dat de dreigende en oordelende arm van God, die bovenal door Zijn profetisch woord openbaar en werkzaam moest worden, niet openbaar en werkzaam wordt; 2) zij maken overwerpsels voor de hoofden der mensen, en wel zo, dat die nauwkeurig met ieders natuur overeenkomen, zodat de mensen niet horen noch zien, d. i. zij verbergen door hare huichelende leugenen, die aan de subjectieve begeerten van elken hoorder voldoen, de zinnen der mensen, zodat deze voor de waarheid noch oor noch oog meer hebben (het eerste schildert haar valsen toestand tegenover God, het tweede hare valse betrekking tot de mensen. Het is de aard van alle bemiddelings-theologie, zo als in `t algemeen van alles, wat den ouden Adam onaangenaam is en hem pijn doet, om vooral de energie der eisende en straffende gerechtigheid Gods ter zijde te zetten (Romeinen 11:22). Waar Ezechiël hier kussens zet, zetten wij glacé handschoenen. Behalve de kussens voor de handen des Heeren, die in hunnen natuurlijken toestand menigeen zeer onzacht aanraken, daar onze God een ijverig God is, een verterend vuur, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen in het derde en vierde lid, maken zij met gelijk doel deksels voor de hoofden harer biechtkinderen, opdat de hand Gods ze niet onzacht zou aanraken. Zij maken die voor de hoofden of mensen van elke grootte-naar de grootte van het loon, dat zij wachten-het grootste voor den koning. Hoe hoger iemand geplaatst is, des te ijveriger zijn zij bezig, om hem het geweten te verlichten, als Jezuïeten vóór de Jezuïeten, zich van hun navolgers alleen daardoor onderscheidende, dat deze het belang en den invloed der Kerk op het oog hadden, terwijl zij slechts hunnen buik dienden. De zielen moeten door zulk een pseudo-theologie, welke den ondergang van land en volk veroorzaakt, daar God, ondanks al deze pogingen om Zijne ware gedaante te verbergen, blijft die Hij is, omkomen. Doch dat gaat haar niet aan, zij wekken hare eigene zielen op door de verderfelijke dood aanbrengende jacht, zij scheppen zich aards geluk en welvaart.
Het is een aangrijpend, ontzaglijk woord, dat het de macht der leugen is, zielen te vangen en te doden.