21. Maar welker hart ook onder deze geroepenen tot terugkering en vernieuwing des harten het hart hunner verfoeiselen en hunner gruwelen nawandelt (
Hoofdstuk 14:13), welke macht toch de Mammon als Joodse volksgod over de Joodse geesten verkrijgt, derzelver weg zal Ik door herhaling van een zwaar gericht, zo als in
Hoofdstuk 5:4 is genoemd, op hun hoofd geven, spreekt de Heere HEERE. (
Hoofdstuk 9:10).
Deze is ene belofte des Evangelies en is vervuld bij allen, die God voor het hemelse Kanaän bestemt. Het is beloofd, dat God hun één hart zal geven, een hart vastgemaakt en gebonden aan God en niet wankelende. Allen, die geheiligd zijn, hebben een nieuwen geest, een nieuw karakter, een nieuwen lust, geheel verschillend van de vorige; zij handelen uit nieuwe beginselen, wandelen naar nieuwe regels, en zoeken nieuwe doeleinden. Een nieuwe naam of een nieuw uiterlijk zal niet baten, zonder een nieuwen geest. Zo iemand in Christus is, hij is een nieuw schepsel. Hij heeft nieuwe tederheid van geweten en onderwerping onder Zijnen wil. God zal het stenen hart uit hun vlees, uit hun verdorven natuur wegnemen. Het hart, gelijk een steen, kan niet gevoelig worden gemaakt; oordelen en barmhartigheden zijn even onvoldoende. De verschrikkingen van den berg Sinaï, de liefde van Christus en de beloften des Evangelies, gene kan gevolgrijke gevoelens voortbrengen. Men leeft in den dood en is stervende, en men ziet het niet en verootmoedigt zich niet. Hij zal een vlesen hart geven. Hij zal de harten gevoelig maken voor geestelijk leed en geestelijk genot. Hij zal ze zacht maken en vatbaar voor indrukken. Dit is Gods werk, het is Zijne beloofde gave, en ene wondervolle en zalige verandering is daardoor teweeg gebracht, van den dood tot het leven. Dit is beloofd aan degenen, die God zal wederbrengen naar hun eigen land, en zulk ene verandering moet in allen worden teweeg gebracht, die in het betere land, dat is in het hemelse, zullen gebracht worden. .