13. Dan zult gij, die tot de overblijvenden behoort, weten, dat Ik de HEERE ben, als hun (der kinderen Israëls
Vers 5)verslagenen in het midden hunner drekgoden rondom hun altaren wezen zullen op alle hoge heuvelen, op alle toppen, der bergen en onder allen groenen boom, en onder alle dichte eiken, de plaats, alwaar zij al hunnen drekgoden lieflijken reuk maakten, terwijl zij daarmee zich slechts een vuur van toorn hadden aangestoken.