15. Zo zal de a) smaadheid en hoon een onderwijs 1), een voorbeeld van een verdiend oordeel, en ene ontzetting der Heidenen zijn (
Jeremia 24:8;
29:18), die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal-Ik de HEERE heb het gesproken 2).
a) Deuteronomium 28:37.
1) Jeruzalem moest hare naburen de vreze Gods geleerd hebben, door haar voorbeeld in godsvrucht en deugd, maar omdat zij dat niet gedaan heeft, zal God het hun leren door hun verderf, want zij hebben reden om te zeggen, indien dat geschiedde aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? Indien het oordeel begint van het huis Gods, wat zal dan het einde zijn? Indien zij dus gestraft worden, die maar enige afgodendienaars onder zich hebben, wat zal er dan van ons worden, die allen afgoden zijn? Merk hieraan: de verwoesting van sommigen is bestemd tot onderwijs van anderen.
2) Hiermede spreekt de Heere het uit, dat niet de Profeet, maar Hij zelf dat alles aankondigt. En opdat het volk zou weten, dat het waarlijk geschieden zou, en opdat het zou erkennen, dat Hij als de Soevereine God er recht toe had. Het is het oordeel van Hem, die rechtvaardig oordeelt.