11. Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, gelijk in
Hoofdstuk 8:5 v. verder zal worden aangewezen:(omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uwe verfoeiselen, en met al uwe gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, 1) en a) Mijn oog u niet verschonen zal, zodat Ik, uwe ellende aanziende, Mij uwer zou ontfermen en u het ergste onthouden, en Ik ook niet zal sparen, u geheel aan `t verderf zal overgeven!
a) Ezechiel 7:4.
1) In het Hebreeën Wegam-ani egra'. Letterlijk: en Ik ook niet aftrek. Met het volgende is de zin aldus te lezen: En Ik ook niet zonder medelijden Mijn oog van u aftrek. De Heere dreigt hier derhalve dat Hij Zijn toorn zonder verschonen zal uitstrekken over het diep gevallen volk, zodat de ballingschap zonder enige verschoning is besloten.