9. Ja het zal geschieden, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarhenen ene der twee beken (daar de stroom zich volgens
Zacharia 14:8 in twee armen verdeelde) zal komen, leven zal, en daar zal zeer veel vis zijn, omdat deze wateren daarhenen zullen gekomen zijn, en zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarhenen deze beek zal komen.
Al wederom, is en wordt het niet treffend vervuld, alom waar het woord des koninkrijks verspreid en waarlijk geloofd wordt. Helaas, zij worden ook in onze dagen vernomen, de stemmen, die aan het Christendom den oorlog verklaren, en de afschaffing van het Evangelie als ene weldaad voor de wereld begeren. De ondankbaren, die voorbijzien, hoe juist het beste, dat onze zieke tijd nog bezit aan dit Evangelie te danken is, en hoe het Christendom sinds achttien eeuwen niets minder is gebleken te zijn dan een geheel nieuw, een Goddelijk levensbeginsel! Vergelijkt eens zelf de Joodse en Heidense wereld ene eeuw vóór, en ene eeuw nß de verschijning van Christus, en ziet of gij wel woorden kunt vinden om de grootheid van het onderscheid uit te spreken. Vergelijkt den mens buiten Christus, "hatelijk zijnde, en elkaar hatende, " met den mens in Christus, die uit liefde voor den broeder kan leven en lijden en sterven; en zegt, of daar geen leven uit de doden heeft plaats gegrepen. Maar wat doe ik? Op duizend mijlen afstands zoek ik de bewijzen voor de waarheid van Ezechiëls voorstelling, daar zij immers te zien en te tasten in onze dichtste nabijheid is. Of zijn ze ook hier niet de opgerichte toonbeelden voor de waarheid des woords: "Zo iemand in Christus is; die is een nieuw schepsel; het oude is voorbij gegaan, ziet, alles is nieuw geworden?" Ja, waarlijk, een nieuwe mens wordt op de oude aarde gezien, waar men met dezen levensstroom in persoonlijke aanraking komt. Met Christus verbonden, ontvangt gij een ander levensbeginsel; eens was het de zelfzucht, thans is het de liefde, die boven alles u dringt. Ene andere levensvreugd; eens wandeldet gij naar den lust uwer ogen, thans is de omgang met God uw zaligst genot, en het volbrengen van Zijnen wil uwe spijze. Ene andere levenstaak; eens woog het aardse, thans weegt het hemelse in uwe schatting het zwaarst, en gij dient niet meer de wereld, maar Christus. Hoe zou nu ook uwe levenslust niet verlicht worden, waar gij van het zwaarste juk, het juk der zonde ontslagen zijt; en het levenseind, hoe zou het u niet helderder tegenblinken, waar gij boven uw graf een geopenden hemel aanschouwt? O, ik weet het dat nieuwe leven, dat Christus schenkt, het wordt veel te weinig, zelfs in den besten onzer gezien. Het kan mat en dof en kwijnende zijn, en menige openbaring er van blijft bovendien uit zijn aard voor het oog der meesten verborgen. Maar toch, waar Christus leeft in het hart, daar is althans het geboorteuur van een aanzijn geslagen, dat geen dood of graf kan verstoren, en zelfs het dagelijks sterven van den Christen is nog oneindig ver te verkiezen boven het bedrieglijk leven der wereld.