2. Mensenkind! zet uw aangezicht tegen a) Gog, die in het land van Magog (
Genesis 10:2) regent is, den hoofdvorstof leenheer van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem (
Genesis 10:2).
a) Openbaring 0:8.
Het is duidelijk dat de Profeet ons hier in ene geheel nieuwe periode van het rijk Gods in Israël verplaatsen wil. Van de oude vijanden als Edomieten, Filistijnen, Egyptenaren weet hij niets meer; zij zijn voor hem vernietigd; in plaats van met deze handelt hij over de volken van het verafgelegene, vrij onbekende noorden. In dit noorden, aan gene zijde van den Kaukasus, ligt voor hem het land Magog, waaronder men van ouds Scythië heeft verstaan. Dat noemt hij als den zetel der Gode vijandige wereldmacht, tegen welke hij nu moet profeteren, en hij wendt zich nu in `t bijzonder tegen den koning aldaar, wiens ook overigens wel voorkomende (1 Kronieken 6:4) naam hij vrij naar het land vormt, evenals wees de eerste lettergreep van dezen naam ma zelf hem er op tegen Gog van Gog, of volgens andere verklaring tegen Gog van het land Gog zijn aangezicht te richten. Wij moeten daaruit begrijpen, dat er eens een koning niet juist van dezen naam zijn zal, en dat hij, over wien nu gehandeld wordt, niet juist in dit land koning zal zijn, maar dat de profetische rede op ene persoonlijkheid en op een rijk wil wijzen, waarvoor de geschiedkundige namen in dien tijd nog ontbreken. De toekomst, als de voorzegging vervuld wordt, zal de historische namen in de plaats der symbolische weten te stellen, Ezechiël kan dat gerust aan de verdere ontwikkeling overlaten. Komen nu de beide eigenlijk op ene verdubbeling van het woord Gog uitlopende namen niet zozeer in historischen en ethnografischen, maar in symbolischen zin in aanmerking, zo mogen wij in den zin Gog van het Gog, gelijk de grondtekst eigenlijk luidt, de karakteristieke (hier door groot schrift aangeduide (letters slechts naar de regels der Gematria (Jeremia 25:26) verklaren, dat is de getalswaarde, die zij in het Hebreeuws hebben, daarvoor in de plaats stellen. "Wij krijgen den de volgende rekening.
G g = 303 (?) Gog = 363
Somma 666
hetwelk volgens Openbaring 2:18 het getal van het dier of van den toekomstigen Antichrist is. Volgens de uitkomsten van het taalonderzoek betekent Gog zoveel als berg, en wordt de naam in het woord "Kaukasus" (d. i. de Aziatische Kauk of het Aziatische hoge gebergte) weer gevonden. Herinneren wij ons de plaats. 2 Corinthiërs 10:5 : "ter nederwerpen alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, " zo komt ons het beeld van den Antichrist ook van de zijde van zijn inwendig karakter (2 Thessalonicenzen 2:4) voor ogen Hij is als het ware de hoogte van alle menselijke hoogten, welke zich tegen God verheffen, de hoogte, gelijk de Kaukasus door de ouden voor het hoogste gebergte der aarde werd gehouden. Alzo is het geheel in de orde, wanneer in Openbaring 9:17, waarvan de vernietiging van den Antichrist en zijn leger sprake is, de profetie tegen Gog van Magog als een tot de vervulling komende weer wordt opgenomen. Wanneer daar vervolgens verder in Openbaring 0:8, wederom ene wederopname ons voorkomt, waarbij de beide namen Gog en Magog niet die van den koning en het land, maar de namen van twee bij elkaar volksmenigten zijn, zo worden daardoor de twee verwante gebeurtenissen der eindgeschiedenis van het rijk Gods, welke bij Ezechiël door één woord Gods tot een geheel verbonden zijn, uit elkaar gezet en tijdelijk gescheiden. Gelijk voor het eerste hoofdzakelijk de voorstelling van het vernietigingsproces maataangevend is, zo zijn voor het andere de namen der macht, die moet vernietigd worden, van belang. De Openbaring van Johannes schrijft Kliefoth, onderscheidt in het laatste optreden van de macht der wereld tegen Gods volk en rijk aan het einde der geschiedenis twee fasen, namelijk die van den Antichrist en die van Gog. Volgens haar worden op het einde der tijden eerst de geschiedkundige volken, de volken der beschaving, door den Antichrist en zijnen valsen profeet geleid, om zich tegen het rijk Gods in enen laatsten strijd over te stellen; maar vervolgens, wanneer ook deze laatste beschaafde vorm van vijandschap tegen God door den arm des Heeren is overwonnen, wanneer de Antichrist is nedergeworpen, zijne hoofdstad, het Babel der toekomst, met alle werelds leven, dat tegen het rijk Gods strijdt, vernietigd, en zo de macht Gods in het geschiedkundig leven tot overwinning zal gekomen zijn, dan zullen nog eens de volken, die aan de einden der aarde wonen, de peripherische, niet geschiedkundige volken in Gog en Magog tegen God en Zijn rijk samenrotten-een laatste opflikkeren van de Gode vijandige wereldmacht, en van haren strijd. Zo komt Gog in de Openbaring an Johannes slechts voor als maatstaf van den Antichrist, alleen als de laatste fase in het grote drama, terwijl de Gog van Ezechiël niets anders is den de Antichrist van het N. T. zelf.