4. Maar Ik zal haken, ringen of angels in uwe kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uwe schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uwe schubben kleven 1). 1) Faraö, de koning van Egypte, tegen wien het dreigend woord in de eerste plaats gericht is, wordt de grote draak genoemd. Die uitdrukking betekent een lang dier, ene slang, hier inzonderheid de waterslang, de krokodil (
Job 40:20,
28). Dit vaste zinnebeeld van Egypte bij den Profeet is op Faraö als den beheerser van Egypte en den vertegenwoordiger zijner macht overgebracht. Onder het water "zijner rivieren" moeten de armen en kanalen van den Nijl worden verstaan (
Jesaja 7:18); het predikaat, "die in het midden zijner rivieren ligt" doelt op de trotse gerustheid zijner macht, waaraan Faraö zich overgaf. Evenals de krokodil in de wateren van den Nijl rustig nederligt als de meester van den stroom, zo hield zich Faraö voor den almachtigen heer van Egypte. Dit duidt zijn woord: "mijne rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt" aan; hij noemt zich de schepper van den Nijl, omdat hij zich voor den schepper van Egypte's grootheid houdt. Deze hoogmoed, in welken hij God vergeet, zich goddelijke macht toekent, wijst zijne schuld aan, om welke God hem wil doen vallen. Den krokodil Faraö wil God met angels uit zijnen Nijl trekken, en op het droge werpen, waar hij met de aan zijne schubben hangende en mede uitgetrokkene vissen niet wordt opgelezen, maar door de wilde dieren en roofvogels zal worden opgegeten. Het beeld is ontleend aan de wijze, waarop in de oudheid de krokodil door grote angels van eigenaardige constructie gevangen werd. De vissen, die aan de schubben van het monster hangen, en met hem uit den Nijl worden getrokken, zijn de bewoners van Egypte, want de Nijl vertegenwoordigt het land, en het werpen van het dier in de woestijn, waar het verrottende door de roofdieren en roofvogels wordt gegeten, betekent de verplaatsing in een toestand van machteloosheid en hulpeloosheid, daar op het droge, dorre land waterdieren moeten omkomen.