Ezechiël 26:15-21
De volkomen verwoesting van Tyrus wordt hier voorgesteld in krachtige en levendige beeldspraak, die uitermate treffend is.
1. Zie hoe hoog verheven, hoe groot Tyrus geweest was, en hoe onwaarschijnlijk het was, dat het ooit hiertoe komen zou. De herinnering aan zijn vroegere grootheid en overvloed is een aanmerkelijke verzwaring van iemands tegenwoordige schande en armoede. Tyrus was een beroemde stad, vers 17, heinde en ver bekend bij de volken, de kronende stad (zo wordt zij genoemd in Jesaja 23:8), een stad, die kronen weggeven kon, die eerde, wie zij toelachte, die zich zelf kroonde en de kroon was van die haar omringden. Zij werd bezocht door allen, die de zee bevaren, die van alle delen daarheen kwamen en met zich brachten de overvloed van de zeeën en de bedekte verborgene dingen des zands. Zij is sterk geweest ter zee, gemakkelijk toegankelijk voor haar vrienden, maar ontoegankelijk voor haar vijanden, verdedigd door een muur van water, die haar onneembaar maakte. Zodat zij met haar praal, en haar inwoners met hun trots hunlieder schrik gaven aan allen, die haar bezochten en met haar handelden. Zij was wel versterkt en geducht in de ogen van allen, die haar kenden. Iedereen had ontzag voor de Tyriërs en was bevreesd hun te mishagen. Die. hun eigen kracht kennen, zijn maar al te geneigd schrik te veroorzaken, en er trots op te zijn, dat zij de zwakkeren schrik kunnen aanjagen.
2. Zie hoe Tyrus wordt vernederd en hoe klein het wordt gemaakt, vers 19, 20. Deze beroemde stad wordt gesteld tot een verwoeste stad, zij wordt niet meer bezocht als voorheen, er stromen geen kooplieden meer samen, zij is gelijk de steden, die niet bewoond worden, die geen steden zijn, en, daar niemand ze onderhoudt, van zelf instorten. Tyrus zal zijn als een stad, door een overstroming verzwolgen, die het overdekt, en als een afgrond is over haar opgekomen. Zoals de golven vroeger haar verdediging waren, zo zullen zij nu haar verwoesting zijn. Zij zal neerdalen met degenen, die in de kuil neerdalen, met de steden van de oude wereld, die onder water gezonken waren, en met Sodom en Gomorra, die op de bodem van de Dode Zee liggen. Of, zij zal zijn, als degenen die sinds lang begraven zijn, als het oude volk, die oud geworden zijn als bewoners van het stille graf, die geheel vergaan zijn onder de grond, en geheel vergeten boven de grond, zo zal Tyrus nederliggen in de onderste plaatsen van de aarde, vernederd, geplaagd, ten onder gebracht. Zij zal zijn als de woeste plaatsen, die van ouds geweest zijn, en als de mensen, die als van ouds gestorven zijn, zij zal gelijk zijn aan andere steden, die vroeger op gelijke wijze verlaten en verwoest zijn. Zij zal niet weer bewoond worden, niemand zal de moed hebben een poging te doen om haar op dezelfde plaats te herbouwen, zodat zij niet meer zijn zal, de Tyriërs zullen verloren gaan onder de volken, zodat men naar Tyrus zoeken zal op de plaats waar het geweest is, maar vergeefs: "Als gij gezocht wordt, zo zult gij niet meer gevonden worden." Andere mensen zullen een nieuwe stad bouwen op een andere plaats, dicht bij de oude, die zij Tyrus zullen noemen, meer Tyrus het Tyrus van vroeger en van nu, zal niet meer zijn. De sterkste steden ter wereld, die het best verdedigd en het best voorzien zijn, zijn onderhevig aan verval, en kunnen in korte tijd teniet gedaan worden. In de geschiedenis van ons eigen eiland (Engeland en Schotland) wordt van vele steden gesproken, die bestonden, toen de Romeinen hier waren, maar nu weten oudheidkundigen nauwelijks waar zij die zoeken moeten, en is er van hun bestaan geen ander bewijs meer over dan de Romeinse kruiken en munten, die soms toevallig worden opgegraven. Maar in de andere wereld verwachten wij een stad, die altijd zal blijven bestaan, en in volmaaktheid bloeien door alle tijden van de eeuwigheid. 3. Zie, in welk een ellende de bewoners van Tyrus zijn, vers 15 :In het midden van u zal men schrikkelijk moorden, velen en aanzienlijken zal men doden. Het is waarschijnlijk, dat, toen de stad genomen werd, het gros van de inwoners over de kling gejaagd werd. Toen kermde de dodelijk verwonde, en tevergeefs, tot de onbarmhartige overwinnaars, zij riepen om genade, maar zij werd hun niet gegeven, de gewonden zijn gedood zonder genade, of liever, de enige genade, die hun betoond wordt, is, dat de tweede slag hen uit hun lijden verlossen zal.
4. Zie in welk een ontsteltenis alle naburen van Tyrus zijn, als zij horen, dat zij gevallen is. Dat wordt hier sierlijk uitgedrukt, om te tonen, hoe verbazend die val zou zijn.
a. De eilanden zullen van het geluid uws vals beven, vers 15, evenals, wanneer een groot koopman failleert, allen, die zaken met hem doen, de schok gevoelen, en onrustig beginnen te worden, misschien hadden zij wissels op hen, die zij nu vrezen, dat alle waarde verloren hebben. Of, wanneer zij iemand plotseling bankroet zien gaan, met veel meer schuld dan bezit, maakt hen dat bevreesd, dat het hun ook zo zal gaan. Zo zullen ook de eilanden, die veilig dachten te zijn in de omarming van de zee als zij Tyrus zien vallen, beven en sidderen zeggende: "Wat zal er van ons worden?" En het is wel, als zij er een goed gebruik van maken, om zich er door te laten waarschuwen niet zeker te zijn, maar God en Zijn oordelen te vrezen. De plotselinge val van een grote toren doet de grond in de rondte beven, zo zullen al de eilanden in de Middellandse Zee gevoelig getroffen worden door de verwoesting van Tyrus, daar zij de plaats zo goed kennen, er zulke grote belangen hadden, en er zo voortdurend mee in gemeenschap stonden.
b. De vorsten van de zee, die op deze eilanden heersten, zullen er door getroffen worden. Of de rijke kooplieden, die als vorsten leven, Jesaja 23:8 en de eigenaars van de schepen, die heersen als vorsten, deze zullen de val van Tyrus op hartstochtelijke en aandoenlijke wijze betreuren vers 16 :Zij zullen afdalen van hun tronen, daar zij de werkzaamheden er van veronachtzamen en de praal er van verachten zullen. Zij zullen hun mantels van zich doen en hun gestikte klederen uittrekken, en zullen zich kleden met sidderingen, met zakken, die hen zullen doen huiveren, in schaamte en smart zullen zij op de aarde nederzitten, zij zullen elk ogenblik sidderen bij de gedachte aan wat Tyrus overkomen is, en uit vrees voor wat hun zelf overkomen kan, want welk eiland is veilig als Tyrus het niet is? Zij zullen een klaaglied over u opheffen, er zullen treurzangen en klaagliederen geschreven worden op de val van Tyrus, vers 17. Hoe zijt gij vergaan!
c. Het zal een grote verrassing voor hen zijn, en zij zullen versteld staan, dat een plaats, door natuur en kunst zo wel bevestigd, zo beroemd om macht en rijkdom, die de zenuw van de oorlog is, die het zo lang en met zoveel dapperheid uithield, tenslotte toch genomen is, vers 21 :Ik zal u tot een schrik stellen. Het is rechtvaardig van God tot een schrik hunner naburen te stellen door een plotselinge en vreemde straf, die zichzelf een schrik hunner naburen maken door misbruik van macht. Tyrus had hun haar schrik gegeven, vers 17, en wordt nu tot een schrikkelijk voorbeeld gesteld.
d. Het zal een grote beproeving voor hen zijn, en zij zullen smartelijk getroffen worden, vers 17, zij zullen een klaaglied over Tyrus opheffen, daar zij het duizendmaal jammer vinden, dat zulk een rijke en schitterende stad aldus verwoest is. Toen Jeruzalem, de heilige stad, verwoest werd, waren er zulke klaagliederen niet, "allen, die over de weg gingen, ging het niet aan," Klaagliederen 1:12, maar, toen Tyrus, de handelsstad viel, werd zij algemeen betreurd. Die de wereld in het hart hebben, betreuren het verlies van de aanzienlijke mensen meer dan dat van de goede mensen.
e. Het zal een alarmkreet voor hen zijn: "Zij zullen sidderen ten dage van uw val, omdat zij reden hebben te denken, dat het nu hun beurt is. Als Tyrus valt, wie kan dan staan blijven? Huilt gij dennen, dewijl de anderen gevallen zijn. De val van anderen behoort ons uit onze zekerheid op te wekken. De dood of het verval van anderen in de wereld is een domper op onze overmoed, als wij dromen, dat onze berg vast staat en niet zal wankelen in eeuwigheid.
5. Zie hoe de onherstelbare verwoesting van Tyrus verergerd wordt door het vooruitzicht op het herstel van Israël. Aldus zal Tyrus zinken, als Ik het sieraad herstellen zal in het land van de levenden, vers 20.
a. Het heilige land is het land van de levenden, want andere dan heilige zielen zijn geen levende zielen, in eigenlijken zin. Waar levende offeranden aan de levenden God geofferd worden en waar de levende orakels zijn, daar is "het lam van de levenden, daar hoopte David het goede des Heren te zien," Psalm 27:13. Dat was een type van de hemel, die in volstrekte zin, het land van de levenden is.
b. Al ligt dit land van de levenden een tijd lang onder Gods toorn, toch zal God daarin het sieraad herstellen, het sieraad, dat verdwenen was, zal terugkeren, en het herstel van datgene, waarvan zij beroofd waren, zal zoveel te groter sieraad voor hen zijn. God zelf zal het sieraad zijn van de landen, die de landen van de levenden zijn.
c. Het zal de ellende verzwaren van hen, wier deel in het land van de stervenden is, van hen, die eeuwig sterven, het geluk te zien dergenen wier eeuwig deel in het land van de levenden is Toen de rijke man zelf in de pijn was, zag hij Lazarus in de schoot van Abraham, het sieraad hem gegeven, in het land van de levenden.