5. Zij nu ziende, dat zij in hope was geweest op wederkering van den weggevoerde, doch dat hare verwachting verloren was, en zich over de slechte regering van anderen, van Jojakim, eens met zekere verwachting op aanstaande wending (
Jeremia 22:9) maar te vergeefs zich had getroost, zo nam zij een ander van hare welpen, hetwelk zij weer tot enen jongen leeuw stelde (
2 Koningen 24:8).