9. In `t algemeen, in Mijne inzettingen wandelt, en Mijne rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen, de waarheid te doen: die rechtvaardige zal gewis leven, spreekt de Heere HEERE.
Het verblinde volk vatte de strengheid der wet alleen van ene zijde op, namelijk van de straf, maar zag de andere zijde, de eisen der wet voorbij. In dit opzicht had men zich aan lauwheid, aan ene vrije wijze van beschouwing overgegeven, en veroorloofde men zich allerlei willekeur omtrent den door God in de wet gestelden leefregel. Zo kwam men er toe, zich voor rechtvaardig, en vervolgens voor onrechtvaardig gestraft te houden. Daarom moest de Profeet des te meer beslist eerst een beeld ontwerpen van de gerechtigheid en van die eisen, welke de wet deed. Het is hem echter niet voldoende den eis der wet in `t algemeen te noemen, maar wel wetende, hoe licht zich het menselijk hart over zulk ene summarische aanmaning heenzet, en in eigengerechtigheid, ijdelheid en zelfbehagen volhardt, gaat hij, om zulk ene gezindheid in den grond te bestraffen en in hare nietigheid voor te stellen, de bijzondere delen der wet nader voorhouden, opdat in dezen spiegel elk erkenne, hoe ver zijne gezindheid en zijn leven van de waarheid en gerechtigheid verwijderd is. Dergelijke optellingen worden meermalen in de Psalmen gevonden als bijv. in Psalm 15, 24. Meer voor de hand ligt echter Job 22:5, en Job 31:1, de aanklacht en de rechtvaardiging van Job, welke plaatsen onzen Profeet des te meer voor ogen hebben gestaan, daar hij in Hoofdstuk 14 uitdrukkelijk Job als een toonbeeld van rechtvaardigheid aanvoert.
Hij stelt ons in `t bijzonder voor ogen de reine, kuise gezindheid, die van afgodendienst zowel als van echtbreuk en wellust afkerig is, gerechtigheid en vriendelijkheid jegens de mensen, liefde en trouw; eindelijk vat hij alles wat recht is te zamen in de beoefening der waarheid.
In deze andere beschrijving der gerechtigheid, welke noodzakelijk was, omdat zo velen zich in dit opzicht aan valse inbeeldingen overgaven, worden vooral zulke zonden op den voorgrond geplaatst, die toen in zwang waren. De uitvoerige optelling van alle de zonden, waarvoor hij, die rechtvaardig zou kunnen heten, zich wachten moest, had ten oogmerk den Israëlieten te kennen te geven, dat ene halve deugd, gelijk die van de besten hunner, niet voor deugd kon gehouden worden. Zo zij in hunnen boezem tastten, dan vond toch de een zich hier-en de ander daaraan schuldig, en niemand zou kunnen zeggen, dat hij niet om zijn eigen kwaad gestraft werd. Dit oogpunt der voorstelling moet men niet voorbij zien.