11. Zeg nu gij, die Mijn ware Profeet zijt, tot degenen, die met lozen kalk pleisteren, dat hij bij het instorten van den muur omvallen zal; er zal in de gerichten der Chaldeeuwse katastrofe, die het volk met zijne politieke pogingen slechts komen doet in plaats van ze af te wenden, een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen! zult vallen en een grote stormwind zal hem splijten.
Wat zegt het enen lemen wand te bouwen? De spreekwijs is ontleend van bouwlieden, die muren om huizen of wallen om steden maken, om deze te versterken, dat zij tot veilige verblijfplaatsen dienen kunnen. Deze wand is, in ons geval, een zinneprent van ene profetie, welke gunstige beloften voordraagt en op welke het volk zich zo gerust verlaat, als iemand zich in een huis, door den wand of muur, veilig rekent. Er waren te dezer tijd vele valse profeten te Jeruzalem, die niets dan voorspoed beloofden, en het zo ver wisten te brengen, dat het volk op hun leugenachtige voorzeggingen vertrouwde, even als iemand die in een huis woont, zich verlaat op de sterkte van den wand. Hananja verzekerde, dat koning Jechonia en al de Joden, die met hem gevankelijk waren weggevoerd, alsmede de vaten van den tempel, binnen twee jaren te Jeruzalem zouden zijn wedergekeerd (Jeremia 28:3, 4). Ook waren er zulke valse profeten onder de reeds weggevoerde Joden in Babel, die hun wijs maakten dat zij binnen korten tijd in hun vaderland zouden wederkeren. Nu, deze valse profeten bouwden enen wand, voor zover zij het volk gerust stelden en op hun leugenachtige voorzeggingen deden vertrouwen; maar het was een lemen wand, die geen weerstand bieden kon; de gerustheid van het volk, hetwelk zich op deze bedreigingen verliet, was even zo ongegrond, als die van iemand, welke zich veilig rekent tegen enen vijandelijken aanval, achter een wand van leem. Wat zegt het een muur te pleisteren met lozen kalk? Loze kalk is zodanig een mengsel, hetwelk den schijn heeft van kalk, maar het inderdaad niet is. De lemen wand, hebben wij gezegd, tekent een valsen Profeet, op welken het volk zich verlaat, derhalve zegt het pleisteren van den lemen wand met lozen kalk, enen valsen Profeet van vrede en voorspoed, enen glimp van waarheid te geven, zodat het volk zich verbeeldde dat die profetie van enen Goddelijken oorsprong ware en ontwijfelbaar vervuld zou worden. De een bouwde een lemen wand, en anderen pleisterden dien met lozen kalk, dat is, de ene valse Profeet verdichtte ene gunstige voorzegging, en anderen wisten het volk door allerlei bedrieglijke kunstgrepen wijs te maken, dat zij er zich veilig op verlaten konden. Een lemen wand, die met lozen kalk gepleisterd is, kan niet lang stand houden, vooral niet in tijden van plasregen, hagelstenen en zwaren stormwind. Even zomin konden ook de valse profeten, welke alles goeds beloofden, hun gezag behouden in tijden van verwoestende onheilen. Maar vermits het volk zo verblind was, dat zij het ongegronde en bedrieglijke der gewaande voorzeggingen van de valse profeten niet zien konden, zond de Heere onzen Ezechiël tot deze bedriegers, om hun te zeggen, dat de lemen wand, welken zij bouwden, eerlang zou omvallen, dat is te zeggen, dat hun bedriegerijen zouden aan den dag komen en hun leugens openbaar worden. Er zou een overstelpende plasregen zijn, dat is, de talrijke krijgsbenden der Chaldeën zouden het ganse Joodse land overstromen, en dan zou de lemen wand met lozen kalk gepleisterd, omvallen; het zou openbaar worden, dat hun troostrijke voorzeggingen loutere verdichtselen waren, en het volk zou ondervinden, dat zij zich op leugenen verlaten hadden. Hierop wendt zich de Heere bij wijze van spraakwending, tot de hagelstenen: "gij, grote hagelstenen zult vallen, en Hij voegt er bij: ene grote stormwind zal hem, die lemen wand namelijk, splijten. " Het leger van Nebukadnezar wordt een onweder des Heeren genoemd (Jeremia 50:23). De grote hagelstenen derhalve, en de grote stormwind tekenen de schromelijke verwoestingen, welke de Chaldeën in het Joodse land zouden aanrichten. Deze zouden den lemen wand splijten, en het volk doen ondervinden, dat zij zich op ijdelheden verlaten hadden.