8. Het geschiedde nu, als zij hen geheel geslagen hadden, in de eerste plaats in den tempel, de plaats waar ik hun doden mede kon aanzien, en ik aan al degenen, die zich in het heiligdom bevonden (
Vers 6) alleen overgebleven was, dat ik op mijn aangezicht viel en riep en zei: "Ach Heere HEERE! zult Gij al het overblijfsel van Israël verderven, met Uwe grimmigheid uit te gieten over Jeruzalem? 1)
1) Hij sprak als iemand, die het verderf ter nauwernood ontkomen was, en zulke aan Gods goedheid, niet aan Zijne verdiensten toeschrijvende. De beste heiligen moeten zichzelven verplicht rekenen aan de sparende barmhartigheid, dat zij niet verteerd zijn. En wanneer verwoestende oordelen voor de deur zijn en menigten door deze gevallen, moet het ene grote gunst gerekend worden, indien ons leven ons tot een buit wordt gegeven, want wij hadden rechtvaardiglijk kunnen omkomen, met degenen, die omkomen.
Ezechiël voelt zich geheel verslagen om de oordelen Gods die zijn volk treffen. Hij voelt zijn eigen onwaardigheid, maar daardoor wordt bij als gedrongen om voor zijn volk in de bresse te treden. De beste pleiters voor land en volk zijn zij, die zich met de zonde en schuld van land en volk solidair weten. Waar God hen spaarde, daar leerden zij pleiten op de ontfermende genade Gods.