7. Toen profeteerde ik, gelijk mg bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet, ene beroering, en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.
Het voorzeggen wordt hier beperkt tot de oproeping "gij dorre beenderen! hoort des Heeren woord. Alles wat de Profeet in ekstase moet spreken, draagt het karakter van profetie, profeteren is spreken in den Geest.
Hij moest prediken en hij deed dit en de dode beenderen leefden door een macht, die met Gods woord gepaard ging, hetwelk hij predikte. Hij moest prediken, en hij deed dit, en de dode beenderen werden levend gemaakt, ter beantwoording der gebeden. Zie de kracht des woords en des gebeds, en de noodzakelijkheid van beiden, tot het opwekken van dode zielen. God gebiedt Zijnen dienstknechten, profeteert over de droge beenderen, zegt tot hen: leeft, ja zegt tot hen leeft, en zij doen, gelijk hun bevolen is, roepen verder en verder tot hen, maar zij roepen te vergeefs, zij blijven dood en zij blijven droog. Hij moet daarom gedurig aanhouden bij God in de gebeden, om de werking van den Geest met het Woord.
Gods genade kan den zondaar behouden zonder onze prediking, maar onze prediking kan hem niet behouden zonder Gods genade, en die genade moet door gebeden gezocht worden.
Het ruisen en bewegen had plaats door de beenderen, die terstond aan het woord Gods (in des Profeten mond) gehoorzaamden. Naar het Hebreeën luidt het woordelijk: Er ontstond ene stemme (dit kan ene roepstem, een geluid, een donderslag, een geruis zijn) toen ik profeteerde, en zie, ene beweging. Dit kan zeker, gelijk enige uitleggers willen, ene stemme des donders, ene aardbeving betekenen. Maar veel voegzamer voor den gehelen gang van het gezicht is het aan te nemen, dat de gebeenten terstond de stem des Profeten opvolgen, en nu verder de ganse gebeurtenis aanschouwelijk wordt afgeschetst. Eerst hoort Ezechiël het ruisen, het stommelen en klapperen der opgewekte beenderen. Daarna ziet hij hun beweging en de opvolgende zamenvoeging van het bijeen horende. Dit laat zich ook toepassen op de eerste bewegingen der verstrooide Israëlieten in hun afzonderlijke woonsteden in Chaldea, op hun zamenkomsten tot geheime beraadslaging, waar de leden des volks zich in stilte verenigden.
De Alwetende en Almachtige Heere kan ook de stammen en geslachten Israëls, welke nu door elkaar verward zijn, weer bij elkaar rangschikken.
Niet is meer algemeen, maar niets ook minder zielkundig, dan de oppervlakkige voorstelling, alsof het nieuwe leven de vrucht van één enkel ogenblik ware, waarin de zondaar woedende als een Saulus, op eenmaal juist gelijk deze aangegrepen en omgekeerd wordt. Met even veel recht kon men volhouden, dat de zon daarbuiten in één punt des tijds aan den hemel staat, zonder dat, door schemering of morgenrood voorafgegaan is. Neen, Gel. hetzelfde wat wij in iedere lente aanschouwen, herhaalt zich bij den innerlijken overgang van den dood tot het leven. Niet op eens is het ijs van Januari herschapen in de bloemen van Mei; buien zijn voorafgegaan en hevige stormen; langzamerhand drong het groen uit het eentonige wit, van lieverlede brak de schemering door van den blos, die blinken zou op duizend bladeren en bloemen; eerst de knop dan de bloemen, en pas ten gezetten tijde de vrucht. De geschiedenis van het Godsrijk vertoont ons gedurig tijdperken door andere voorafgegaan en bereid, die wij met de beeldspraak van den tekst op de lippen "tijdperken zouden kunnen noemen van het ruisen der beenderen. " Het licht van Christus verrees, maar vooraf was voor Joden- en Heidendom een tijd van verwachting, van verlangen, van troosteloos treuren en zuchtend zoeken naar waarheid en leven begonnen. De dageraad der hervorming brak aan, maar de hervorming heeft hare Profeten gehad, gelijk zij hare Apostelen vond, en langs talloze wegen was Europa voorbereid voor de omkering der zestiende eeuw. En wederom in onzen tijd, als wij den staat van het Godsrijk geheel in het algemeen overzien, wij zouden bijna tot de voorstelling komen: `t is niet meer de dood, `t is nog niet het leven, het is dat geruis, die beweging, die toenadering van het ene lid tot het ander, die den overgang van dood tot leven voorspelt. Kent gij zulke tijdperken in uw innerlijk leven? Gel. of druk ik mij wellicht voor iemand onduidelijk uit? Ik bedoel zulke toestanden van den verborgen mens onzes harten, die men voorbereidings- overgangs-, wordingstoestanden noemen kan: waarbij men niet meer leeft in de zonde zonder nog geheel te leven in de gemeenschap met Christus, waarbij het begint te lichten in onzen hof, zonder dat nog op onzen lijksteen de Engel der opstanding daalde. Ik zie ze voor mij, als Ezechiël- verkwikkende aanblik! in wien zich ene krachtige voorbereiding tot hoger leven vertoont; mensen, in wier harten stemmen ontwaken, die zij sinds lange niet hoorden; zondaren, van wier lippen vragen vernomen worden hun tot nog toe onverschillig en vreemd; zal ik u allen noemen, beschrijven, aan u en zich zelven ontdekken?