7. En Ik zal het gebergte Seïr tot de uiterste verwoesting stellen, en Ik zal uit hetzelve uitroeien dien, die er doorgaat, en dien, die wederkeert. 8. En Ik zal zijne bergen met zijne verslagenen vervullen; uwe heuvelen, en uwe dalen, en al uwe stromen, in dezelve zullen de verslagenen van het zwaard liggen.