17. Diezelve daalden ook met hem neer ter helle, tot de verslagenen van het zwaard, die hij in zijne oorlogen had omgebracht; en die zijn arm geweest waren, die onder zijne schaduw in het midden der Heidenen gezeten hadden. Die hem ter zijde stonden, en onder zijne bescherming zich hadden verlustigd, terwijl hij nog in heerlijkheid stond (
Vers 6), moesten zich ook laten welgevallen, zijn lot in zijnen val met hem te delen.
Terwijl op aarde alle volken over den val van Assyrië beven, omdat zij daardoor aan de vergankelijkheid van alle aardse grootheid en aan hunnen eigen ondergang worden herinnerd, troosten zich de bewoners der benedenwereld daarmee, dat de Assyriër nu hun lot deelt (Jesaja 14:9). Alle bomen van Eden zijn alle machtige en heerlijke vorsten, wier begrip vervolgens nog versterkt wordt door de bijvoeging "de keur en het beste van Libanon. " Zij troosten zich omdat zij met Assur in de onderwereld zijn gevaren, en hij dus geen voorrang boven hen heeft. Daar komen zij tot de "verslagenen van het zwaard", d. i. tot de vorsten en volken, die Assur in oorlogen tot stichting zijner wereldmacht heeft omgebracht.
Het "met hem" is zoveel als "niet minder dan hij. " Het betekent niet het gelijktijdige, want zij zijn bij zijne aankomst reeds in de hel, maar het gelijke in maat. De vazallen des konings zijn hem in den ondergang reeds voorgegaan; hij sluit de rij en wordt door de overige deelgenoten in de onderwereld ontvangen.