7. Maar gij zult Mijne woorden, die Ik u in den mond zal leggen, tot hen spreken, hetzij dat zij horen zullen of hetzij dat zij het laten zullen, en aan dat laatste zal het bij hen niet ontbreken, want zij zijn weerspannig, ja de weerspannigheid in persoon.
Vrees is een woord, dat in gene vocatie van enen prediker behoort, maar ook geen menschenbehagen, dat dikwijls slechts een andere vorm van vrees is. 8. Doch gij, mensenkind, die in uwe betrekking tot Mij juist het tegendeel van hen moet wezen, hoor hetgeen Ik tot u spreek; wees gij niet weerspannig 1) in hetgeen Ik nu van u verlang, gelijk dat weerspannig huis zich verzet tegen al Mijne geboden en eisen; open uwen mond, dit is thans Mijn bevel aan u, a) en eet, wat Ik u geef, hoe wonderlijk en zeldzaam die spijs u ook moge voorkomen.
a) Openbaring 0:9.
1) God gaat voort met zijn knecht te bevestigen, maar Hij verbant ene bedenking, welke den ijver van den Profeet kon breken. Want, wanneer Hij zegt, dat het huis Israëls met zo grote hardnekkigheid bevangen was, had hij honderdmaal den ijver om te leren kunnen laten varen. God nu voegt er prikkelen bij en vermaant hem om te volharden, ofschoon hij het huis Israëls met zo hopeloze hardnekkigheid bevangen leerde kennen. Gij, zegt Hij, hoor wat Ik tot u spreek. Hier zien wij dat niemand het ambt van onderwijzer kan waarnemen, tenzij in zover hij op de school Gods heeft gegaan. Derhalve behoren leerjongens Gods te zijn wie voor ware doctoren wensen gehouden te worden.