6. En al de inwoners van Egypte zullen uit de zware straffen, die zij van Mijne kastijdende hand ontvangen, weten, dat Ik de HEERE ben, maar Ik wil ze kastijden, omdat zij den huize Israëls een a) rietstaf geweest zijn 1).
a) Jesaja 36:6.
1) De grond van den twist, dien God met de Egyptenaren had, het is, omdat zij Zijn volk hadden bedrogen; zij moedigden hen aan om verlossing te wachten en hulpe van de Egyptenaars, toen zij in nood waren, maar zij feilden daarin. Zij gaven voor een staf te zijn voor hen, om daarop te leunen, maar toen haar enige moeite werd opgelegd, was zij of te zwak en konde niet, of verraderlijk en wilde niet dat voor hen doen, wat zij verwachtten.
Het wordt Juda als zonde aangerekend, dat het op een gebroken rietstaf als Egypte had geleund en gesteund, maar het wordt evenzeer Egypte tot schuld gerekend, dat het Gods volk had bedrogen en zich trouweloos tegen Juda had gedragen.
De Heere God verfoeit allen steun van Gods kinderen op het verstand, op de wereld, maar Hij verklaart de wereld volstrekt niet onschuldig als het Gods volk trouweloos behandelt.
God, de Heere, komt immer voor Zijn volk op.