9. Daarom ziet, Ik zal, opdat men in het land dringe, het verwoeste en in bezit neme, de zijde van Moab openen van de steden af, de aan zijne grenzen gelegene steden, die hun trots en hun roem zijn, van zijne steden, die van zijne grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth Jesimoth (= huis der woestijn
Numeri 33:49) Baäl-Meon(= plaats der woning) en tot Kirjathaïm (= dubbele stad) toe(
Numeri 32:37,
38).
Of "de schouwer van Moab". Deze is de bevestigde zijde des lands, waar de versterkte steden waren, welke aan vreemde horden het indringen in het land beletten. Wanneer deze verwoest en gesloopt waren, lag het land voor elken inval open. De drie hier genoemde steden waren gene grensplaatsen, maar meer binnenwaarts gelegen en weleer aan den stam van Ruben toebehoord hebbende. Hierom moet het laatste gedeelte van het vers bij het volgende worden gevoegd. "Beth Jesimoth, Baäl Meon en Kirjathaïm-voor de kinderen van het Oosten zijn zij enz. "