22. Gelijk het zilver, wanneer de gloed sterk genoeg is, in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar, van de belegerde en beangstigde stad Jeruzalem, gesmolten worden, en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijne grimmigheid over u uitgegoten heb.
In deze gehele afdeling wordt het gericht niet beschouwd uit het gezichtspunt van loutering, maar uit dat van vernietiging, zo als Ezechiël gewoonlijk de bevolking van Jeruzalem voor ene menigte aanziet, die der verdelging is gewijd.
Het woord Gods stelt de belegering, die Jeruzalem wacht, voor als ene smelting, door welke God het zilvererts, dat in Israël is, zal afzonderen, maar vangt in de eerste plaats aan met de voorstelling van Israëls toenmalige gesteldheid. Israël is tot schuim geworden. Wat daaronder bedoeld wordt, wordt aanstonds door koper, tin, ijzer en lood verduidelijkt, en daarna door "zilverschuim" nauwkeuriger bepaald, dus: zilverachtig koper, tin, ijzer en lood, gelijk men het in den oven werpt om door smelting het zilver daarvan af te scheiden.
Er zijn drieërlei smeltovens: van de zonde, waar men tot schuim kan worden, van de beproeving, waar het zilver zal worden gelouterd, van het gericht, waar ook de schuim wordt verbrand.
O wee, het volk en de gemeente, waar alles tot schuim wordt, waar alles doof en dood is.
De wereld is zulk een smeltkroes, waarin koper, tin, ijzer en lood, d. i. allerlei werken der mensen kunnen worden gezonden; op den jongsten dag zal God daaronder waar aanbrengen, dan zal men zien, wiens werk zal blijven en wiens werk zal verbranden (1 Corinthiërs 3:12).
De onreinheid en bedorvenheid van het Huis Israëls kan gevoegelijk vergeleken worden bij het mengsel van schuim en slechts metalen met het zuivere zelf; en gelijk dit gezuiverd wordt door gesmolten te worden in een oven of smeltkroes, zo zal ook Jeruzalem, wanneer het in brand gestoken wordt, de oven zijn, waarin Ik hen zal werpen met hun goddeloosheden om verteerd te worden. Gods strenge oordelen worden uitgevoerd door den oven der verdrukking en vergeleken bij een smeltend vuur, omdat zij bestemd zijn de mensen te zuiveren van die onreinheid en die verdorvenheid, welke al te dikwijls een gevolg is van gemak en voorspoed.