Spreuken 25:1
Dit vers is het opschrift van deze latere verzameling van Salomo's spreuken, want hij merkte op en stelde vele spreuken in orde, opdat hij door deze spreuken het volk nog wetenschap zou leren, Prediker 12:9.
Merk op:
1. De spreuken waren van Salomo, die door de Heilige Geest gedreven werd om ten diepste van de kerk deze wijze en gewichtige volzinnen te schrijven. Wij hebben er vele gehad, maar er zijn nog meer, maar ook hier is Christus meerder dan Salomo, want, indien alles te boek gesteld was wat Christus gezegd en gedaan heeft en leerrijk was, de wereld zelf zou de geschreven boeken niet bevatten, Johannes 21:25.
2. De uitgevers waren de mannen of knechten van Hizkia, die waarschijnlijk door hem aangesteld waren om deze dienst aan de kerk te bewijzen, onder de andere diensten, die hij deed aan het huis Gods, en in de wet en in het gebod, 2 Kronieken 31:21. Of hij voor dit werk de profeten heeft gebruikt, zoals Jesaja, Hosea of Micha, die in zijn tijd hebben geleefd, of sommigen, die in de profetenscholen waren opgeleid, of sommigen van de priesters en Levieten, aan wie hij bevelen gaf nopens de Goddelijke dingen, 2 Kronieken 29:4, of zoals de Joden denken zijn vorsten en staatsministers, die meer eigenlijk zijn knechten worden genoemd, is niet zeker. Indien het gedaan was door Eljakim, en Joah, en Sebna, dan was het geen verkleining van hun karakter. Zij hebben deze spreuken overgeschreven van de archieven uit de tijd van Salomo's regering, en gaven ze uit als een aanhangsel bij de vorige editie van dit boek. Het kan een grote dienst wezen, die men aan de kerk bewijst, als men de werken van anderen in het licht geeft, die tot nu toe onbekend gebleven zich. Sommigen denken dat zij deze spreuken verzameld en samengevoegd hebben uit de drie duizend spreuken, die Salomo gesproken heeft, 1 Koningen 4, 32, weglatende die over natuurkunde handelen, en alleen die bewarende, welke over Godsdienst en Redekunde handelen. Sommigen hebben de opmerking gemaakt, dat in deze verzameling inzonderheid die spreuken zijn opgenomen, welke betrekking hebben op koningen en hun regering.