Spreuken 25:8-10
Hier wordt goede raad gegeven betreffende het voeren van processen.
1. "Wees niet haastig om een aanklacht tegen iemand in te dienen, voor gij zelf het wel overwogen hebt, en er uw vrienden over hebt geraadpleegd. Vaar niet haastig voort om te twisten. Ga niet in drift een aanklacht indienen of zodra gij denkt het recht aan uw zijde te hebben, maar overweeg de zaak met kalmte en nauwgezetheid, want wij zijn zeer licht partijdig omtrent onze eigen zaak, overweeg de zekerheid van de onkosten en het onzekere van een goede uitslag, hoeveel zorg en moeite het u zal veroorzaken, terwijl met dat al de uitspraak tegen u kan zijn, voorzeker, dan behoort gij ook niet haastig voort te varen om te twisten."
2. "Doe geen aanklacht voor gij beproefd hebt de zaak in der minne te schikken, vers 9. Bespreek de zaak met uw naaste, misschien zult gij elkaar dan beter verstaan, en zien dat het niet nodig is om een proces te beginnen. In openbare geschillen indien de oorlog, die ten slotte toch moet eindigen, voorkomen had kunnen worden door een tijdig vredesverdrag, zouden zeer vele mensenlevens en zeer veel leed bespaard zijn gebleven. Vervolg uw naaste niet in rechten zoals een heiden of een tollenaar, voordat gij hem onder vier ogen op zijn fout gewezen hebt, en hij geweigerd heeft om tot een schikking te komen. Misschien is de zaak in geschil een geheim, niet geschikt om aan iemand bekend gemaakt te worden, en nog veel minder om voor het gehele land gebracht te worden, beëindig haar dus tussen vier ogen, opdat het niet ontdekt worde." Openbaar het geheim van een ander niet. Ga niet uit wraakzucht, teneinde uw tegenstander te onteren, openbaar maken wat geheim had moeten blijven en dat volstrekt niets met de zaak te maken heeft." Hij geeft twee redenen op, waarom wij aldus voorzichtig moeten zijn ten opzichte van het voeren van een proces.
a. Omdat er anders gevaar zou zijn dat gij het proces verliest, en gij niet weet wet te doen als de gedaagde zich onschuldig bewijst aan hetgeen, waarvan gij hem beschuldigd hebt, en bewijst dat uw aanklacht beuzelachtig was en kwellend, en dat gij geen reden haat om hem in rechten te vervolgen, en u derhalve beschaamd maakt, u smaadt, zodat u geen rechtsingang wordt verleend, en gij veroordeeld wordt in de kosten, hetgeen alles door een weinig nadenken en toegeven voorkomen had kunnen worden."
b. Omdat dit op uw beschaming zal uitlopen, als gij bekend zult staan als een pleitziek man. Niet alleen de verweerder zelf, vers 8, maar allen, die getuigen waren van dit rechtsgeding, zullen u beschaamd maken, zullen u bekend maken als iemand zonder beginselen, en uw kwaad gerucht zou niet afgekeerd worden, uw goede naam is voor altijd verloren.