Spreuken 25:16
1. Hier wordt ons een sober en matig gebruik toegestaan van zingenot. Hebt gij honing gevonden? Hij is geen verboden vrucht voor u, zoals hij voor Jonathan geweest is, gij kunt er met dankzegging aan God van eten, die dingen geschapen hebbende, welke aangenaam zijn voor onze zinnen, ons veroorlooft ze te gebruiken. "Eet dat u genoeg is, en niet meer, genoeg is zo goed als een feestmaal."
2. Wij worden vermaand om ons te wachten voor overdaad. Van alle genoegens moeten wij gebruik maken zoals van honing, met een teugel op onze lust, opdat wij niet meer nemen dan goed voor ons is, en er ons ziek door zouden maken. Wij zijn het meest in gevaar van oververzadiging door hetgeen het zoetst, het aangenaamst is, en daarom hebben zij, die alle dagen vrolijk en prachtig leven, het nodig om over zichzelf te waken, opdat hun harten niet te eniger tijd bezwaard worden. De genoegens van de zinnen verliezen hun aangenaamheid door een overmatig gebruik ervan, en worden walgelijk, zoals honing, die in de maag verzuurt, daarom is het ons belang, zowel als onze plicht, om ze met matigheid te gebruiken.