Spreuken 22:1
Hier zijn twee dingen, die kostelijker zijn, en die wij meer moeten begeren dan grote rijkdom.
1. Dat er goed van ons gesproken wordt, een naam, dat is: een goede naam, een naam voor goede dingen bij God en goede mensen, is te verkiezen boven grote rijkdom, dat is: wij moeten er ons meer op toeleggen om datgene te doen, waardoor wij een goede naam verkrijgen en behouden, dan hetgeen waardoor wij een grote bezitting kunnen verkrijgen of vermeerderen. Grote rijkdom brengt grote zorgen mede, stelt de mensen bloot aan gevaar, en voegt aan de mens geen wezenlijke waardij toe. Een dwaas en een schelm kunnen groter rijkdom hebben, maar een goede naam maakt de mens gerust en veilig, onderstelt dat hij wijs en eerlijk is, strekt tot eer en heerlijkheid Gods, en geeft de mens meer gelegenheid om goed te doen. Door grote rijkdom kunnen wij in de lichamelijke noden en behoeften van anderen voorzien, maar door een goede naam bevelen wij hun de Godsdienst aan.
2. Om bemind te zijn, te delen in de achting en genegenheid van allen, die ons omringen, dat is beter dan zilver en goud. Christus had goud noch zilver, maar Hij nam toe in genade bij God en de mensen, Lukas 2:52. Dit moet ons leren om met heilige minachting neer te zien op de rijkdom van deze wereld, er ons hart niet op te zetten, maar te bedenken al wat lieflijk is en al wat welluidt, Filipp. 4:8.