Spreuken 25:23
De noordenwind verdrijft de regen, en een vergramd aangezicht de kwaadsprekende tong.
1. Zie hier hoe wij de zonde moeten tegengaan, er tegen moeten getuigen, inzonderheid de zonde van kwaadspreken en lasteren, wij moeten haar afkeuren, en door een toornig gelaat te tonen trachten haar tot zwijgen te brengen. Leugen en laster zouden niet zo geredelijk gesproken worden, indien zij niet met graagte werden aangehoord, goede manieren zouden de lasteraar tot zwijgen brengen, indien hij zag dat zijn verhalen het gezelschap mishagen. Wij moeten tonen niet op ons gemak te zijn als wij van een geliefde vriend, die wij hogelijk waarderen, kwaad horen spreken, en hetzelfde mishagen moeten wij tonen tegen kwaadspreken in het algemeen. Als wij op geen andere wijze kunnen bestraffen, dan moeten wij het doen door onze blikken.
2. De goede uitwerking, die dit kan hebben, wie weet of dit een kwaadsprekende tong niet zou doen verstommen en verdrijven? Als zonde aangemoedigd wordt, wordt zij vermetel, maar als zij bestraft wordt, dan is zij zich zo bewust van haar schande, dat zij lafhartig wordt, inzonderheid deze zonde, want velen beledigen hen van wie zij spreken, in de hoop van in gunst te komen bij hen tot wie zij spreken.