Spreuken 25:15
Er worden ons hier twee dingen aanbevolen in ons handelen met anderen, als waardoor wij waarschijnlijk ons doel zullen bereiken.
1. Geduld, een driftbui te verdragen zonder zelf driftig te worden, en te wachten op een geschikte gelegenheid om onze redenen aan te voeren, en de mensen tijd te geven om ze te overwegen. Hierdoor kan zelfs een overste overtuigd worden om iets te doen, waarvan hij zeer afkerig scheen te zijn, en nog veel meer een gewoon, particulier persoon. Wat nu gerechtigheid en rede is, zal het ook op een andere tijd zijn, en daarom behoeven wij het nu niet met geweld op te dringen, en kunnen wij op een meer gelegen tijd wachten.
2. Zachtheid, te spreken zonder hartstocht of prikkeling. Een zachte tong breekt het gebeente, zij vertedert het ruwste gemoed en overwint hen, die het gemelijkst zijn, zoals, naar men zegt, de bliksem soms het gebeente breekt, zonder het vlees te kwetsen. Met een zachte tong heeft Gideon de Efraïmieten tevreden gesteld, en heeft Abigaïl Davids toorn afgewend. Harde woorden breken geen beenderen, zeggen wij, en daarom moeten wij ze geduldig dragen maar het schijnt dat zachte woorden dit wel doen, en daarom moeten wij ze altijd met voorzichtigheid geven.